https://Mijnmaniervandoen.auteursblog.nl

18. sep, 2020

Verstrikt in een verhaal waar je niet wilt zijn.
Het vertelt jou de zinnen die je niet wilt herinneren. In een ivoren toren
kijk je toe,
je voelt langzaam de pijn, het sijpelt door de error in je lijf.
Woorden overrompelen,
je wilt hier niet zijn.
Je bevriest en je verstijft. Het verhaal vertelt zichzelf.
Je bent onnodig, buitenspel gezet.
Over jou
wordt hier met geen woord gerept.

11. sep, 2020

Je bent gebonden
met dunne
en dikke armen
aan de wortels
die jou dragen.
Een spinnenweb
van draden,
een dak gebouwd
op muren.
Je bent gebonden
aan je fundament.
Je kunt enkel
de gaten plamuren.
Water geven
aan wat je bent.
Hoog in de toppen
van je kunnen,
vang je de wind
en adem je vrijuit,
ben je je eigen kind.


9. sep, 2020

Achtergelaten
en vergeten.
Omgedraaid,
en niet meer gezwaaid.
Keek ze stil om zich heen. Ze wist niets meer van de lente en de zomer
en de winteravonden.
Ze wist zich alleen.

Ze kende de herfst met haar gevallen bladeren.
In de vergane kleuren zag ze zichzelf. Ze wist niet meer dan kale bomen. De kleur was haar ontglipt, ze kende het niet.


7. sep, 2020

Met kleine stapjes liep ze door de gang naar de andere kamer. Heel stil opende ze de deur en kroop naast haar in bed. Het zusje schoof iets op en draaide zich om. Rug tegen rug vielen ze vredig in slaap.

Het mocht niet, als hun moeder zou komen kijken, zou ze boos worden en moest ze weer terug naar haar eigen kamer, haar eigen bed. Maar de angst was zo nadrukkelijk aanwezig, dat ze die gok waagde. En meestal werd er niet meer gekeken.

Jaren gingen voorbij en de zusjes bleven stiekem iedere nacht samen slapen. Toen één van de zusjes vertrok, moesten ze de veiligheid en warmte die ze jarenlang bij elkaar vonden, vanaf dat moment bij zichzelf zoeken.

Dit was echter makkelijker gezegd dan gedaan. Er lag veel meer verscholen in het opzoeken van elkaar en de veiligheid bij elkaar vinden. De wortel van onveilig voelen, groeit in verschillende aardlagen. Ze wisten het niet. Maar kwamen er achter dat het donker nog zo donker niet was, toen ze samen waren.

4. sep, 2020

Hij drentelde achter me en babbelde in zijn eigen taal iets tegen me. Ik moest me omdraaien om te zien wat hij precies zei. Hij herhaalde het opnieuw. Ik achterhaalde dat hij het over dingen op straat had wat in de prullenbak hoort. Ik legde hem uit dat mensen soms dingen op straat gooien in plaats van de prullenbak en dat dit niet zo netjes was. Hij vond het vreemd dat mensen dat deden.

We wandelden verder en even later babbelde hij weer iets. Toen ik omkeek, zag ik hem staan met vieze, lege dingen in zijn handjes, waar de prullenbak was? Ik keek hem vertedert aan en liep met hem naar de vuilnisbak. Ik was trots, maar stiekem hoopte ook dat hij hier geen gewoonte van ging maken.

Van de week kwam hij thuis en ik hoorde hem zeggen dat het toch raar is om een gedragen mondkapje op de straat te gooien. Hij liep langs me naar de prullenbak om een stuk of zes vieze mondkapjes weg te gooien en waste daarna grondig zijn handen. Ik keek hem waarderend aan. Klopt zoon, mensen zouden de vuilnisbak eens vaker moeten gebruiken.