10. feb, 2016

Niet zien en zien

De huiskamer zat vol met familie. Familie van mijn vader. Ik werd 6. Ik liep de trap op en ervaarde een vreemde sensatie in mijn keel. Op dat moment wist ik dat ik heel erg moest huilen omdat mijn moeder en zusje er niet waren. Mijn ouders waren een paar maanden ervoor gescheiden en ik en mijn vader bleven achter. Niemand legde iets uit, ik vierde mijn verjaardag zonder mama, zonder zusje. Ik wilde huilen, maar wilde mijn vader en de familie niet kwetsen. Als ik zou huilen had ik bedacht dan zouden zij zich vervelend voelen want zij konden er immers niets aan doen dat ik mijn moeder en zusje miste. Waarschijnlijk zouden ze zelfs boos worden op me omdat mijn vader niet voor de scheiding had gekozen.

Mijn vader vroeg iets aan mij toen ik mijn brok in mijn keel de trap oplopend probeerde weg te slikken. Ik gaf antwoord, maar kon het huilen daardoor niet meer tegenhouden. Door de frustratie en verdriet dat ik voelde, huilde ik met heftige uithalen. Iedereen in paniek.... Ik vertelde van de pijn achter in mijn mond in mijn kaken. Dat was tenminste waar, ik had pijn daar. Ik begreep niet waarom het daar zo een pijn deed. Mijn vader reed hals overkop met me naar de tandarts, hij en de familie hadden bedacht dat er iets in mijn kaken aan de hand was.

Bij de tandarts was de pijn weg. Ik had mijn verdriet eruit gehuild toen ik eenmaal toe kon geven aan het huilen. De pijn en het brokgevoel in mijn keel waren weggezakt. Niemand vroeg daarna meer naar de pijn en mijn kaak was in orde. Mijn verdriet bleef.

We waren in een klein pretpark voor kinderen onder de tien jaar. Het park lag dichtbij het vakantiepark waar we verbleven dus dat was goed te doen qua reistijd. We zaten op een grasveldje. Onze zoon, drie jaar, was erg onrustig geweest tijdens een rondje park en op dat grasveldje was het rustig. We zagen hem daardoor ontspannen. Onze dochter, vier jaar, danste en speelde dwarrelend over het veld. Ze zong haar eigen lied.

Thuis pakte mijn zoon vaak iets vast en liep er mee rond en keek dan hoe het achter hem aan zweefde. Ik had wc papier bij me voor de snotneusjes en plots kreeg ik een idee. Ik rolde een stuk wcpapier van de rol, stond op en riep al rennend met de strook wcpapier wapperend achter mij over het veld. Toen ik terugkwam, pakte mijn zoon het strookje en ging hetzelfde doen. Mijn man keek mij vragend aan. Ik zei hem dat onze zoon thuis al een tijdje rustig werd als hij met iets kon wapperen.

We keken naar hem. Hij liep heen en weer al kijkend naar zijn strookje papier. We hoorden hem wat murmelen. Na een halfuur kwam hij bij ons zitten. Helemaal rustig. Zijn frustratie en woedeaanvallen van daarvoor leken ver weg. We konden een rondje park doen en genieten van de vrolijkheid van onze dochter die nu de aandacht van ons kon krijgen, omdat onze zoon rustig aan mijn hand het park door wandelde.

Mijn zoon is nu 13. Nog altijd heeft hij een stuk wc papier aan een knijper. Iedere dag loopt hij daarmee minstens een paar keer een halfuur of langer heen en weer. Hij heeft in zijn hoofd er een verhaal bij, heeft hij me weleens verteld. Sinds zijn derde jaar haalt hij uit deze handeling rust. Hij verwerkt spanningen en laadt zichzelf op. We noemen het zijn touwtje.