11. feb, 2016

Je ziet me, je ziet me niet

Overal brandde het licht op de slaapkamerverdieping. Ik hoorde mijn dochter van vier geduldig instructies geven aan haar broertje van drie. "Likkie jij gaat onder de dekes zitten dan tel ik tot tien en dan ga ik jou zoeken' Broerlief zei braaf 'ta'. Ik was in onze slaapkamer het bed aan het opmaken. Ik ging even op het bed zitten, benieuwd naar het vervolg van dit uitgestippelde verstopspel. Ik hoorde mijn dochter tellen, rustig en luid. Geritsel maakte mij duidelijk dat mijn zoon onder de dekens aan het kruipen was.

"Tien wie niet weggis gezien ik kom!....hee Likkie waar ben je nou.... ' en ineens een hoop gelach, ze had hem gevonden! Ze gierden het uit samen en mijn zoon riep hard 'E E nu nog keer!" en het ritueel herhaalde zich....en nog eens....en nog eens.

 

Ik was trots en voelde me warm van binnen. Mijn lieve, kleine, grote dochter had zelf al bedacht dat haar broertje niet anders verstoppertje kon spelen dan zo. Hij moest weten waar te verstoppen. Het spel moest overzichtelijk en voorstelbaar zijn, de uitkomst moest vaststaan. En zij voelde dat feilloos aan.

Het stonk naar rook in de woonkamer, dat deed het altijd. Mijn moeder rookte veel en ze was altijd thuis. Ze zat op de bank. Ik kwam uit school en peilde haar stemming. Ze was grimmig. ik kreeg mijn bekende steen in mijn buik en verviel als vanzelf in mijn aanvoelrol. Ik lette vanuit mijn ooghoeken op haar bewegingen. Ik zette mijn tas bij de trap en pakte iets te drinken. De radio stond aan en dat gebeurde niet vaak. Ik ging zitten op de bank, me afvragend of ik iets moest zeggen of beter van niet. Op dat moment ging er door me heen dat de muziek waarschijnlijk te hard voor haar stond, geen idee waarom ik dat dacht, maar zo ging het vaak. Vlak voor het moment dat zij kenbaar maakte iets te vinden van iets, wist ik dat al.

Vaak echter, durfde ik er niet naar te handelen, want niet altijd vulde ik haar gedachten goed in. Dan wilde ze het toch anders opgelost of gedaan hebben dan ik dacht, maar dat ze zich aan iets ergerde kon ik wel voelen.

Ze snauwde of ik de radio niet zachter kon zetten en of ik geen huiswerk had, wat deed ik op de bank, 'Ga aan de eettafel je huiswerk maken'. Ik ging snel mijn spullen pakken en dook in mijn boeken. De radio had ik uitgezet. Ze stak nog een sigaret op, ze keek me niet aan...