17. feb, 2016

Ik vind Daan te moeilijk ik noem je Anna

Straks komen Carla en haar kinderen. "Wanneer is straks" vraagt mijn zoon. "Over minder dan kwart en een beetje" zeg ik. "oh, dat is al snel." Zegt hij. "ja inderdaad, ze komt jouw haar knippen." zeg ik. Hij kijkt boos. "Hoe heet dat jongetje ook al weer"vraagt hij. "Daan" zeg ik. Zijn twee zusjes komen ook, maar met meisjes heeft hij niets en hun namen daar is hij niet in geinteresseerd. "Ik wil als eerste geknipt worden" stelt hij zijn plaats alvast zeker.

Ïk loop naar mijn dochter en vertel haar dat de kapster zo komt met haar kinderen. Ook zij vraagt of ze als eerste geknipt mag worden. Ik was er al bang voor... 'Nou' zeg ik "Laat je broertje maar eerst, de volgende keer mag jij" ik voel me schuldig. Ze moet wel vaker water bij de wijn doen. We weten alletwee dat broerlief helemaal uit zijn dak gaat als ik nu tegen hem zeg dat zij eerst mag. Ik schuif het om de beurt principe aanleren nog even voor me uit. De laatste weken zijn onrustig geweest, ik heb simpelweg geen puf voor nieuwe dingen aanleren nu.

Gelukkig zijn ze op tijd. een klein halfuur later gaat de bel. Minder dan kwart en een beetje precies om in mijn zoon zijn termen te blijven. Geen idee hoe hij eraan is gekomen. Mijn 'straks' en 'zo' heeft hij tot minder dan kwart en een beetje gebombardeerd. Voor hem is dat duidelijke taal. Ik weet nu dat hij daar ongeveer een halfuur mee bedoelt. Alles wat langer duurt, noemt hij een kwart en een uur. Dat is voor hem tijdloos.

"Daan" hoor ik mijn zoon zeggen, "ik vind Daan te moeilijk, ik noem je Anna". Daarmee is het gesprek voor zoonlief afgelopen. Daan weet gelukkig dat je niet overal op in moet gaan als mijn zoon iets zegt, ook al zijn ze pas 6. Voortaan gaat Daan als Anne door het leven. Nog steeds heeft hij moeite om bij bepaalde personen hun naam te onthouden, hoe vaak hij ze ook ziet.

We waren aan het spelen met de barbies. Helemaal in ons eigen wereldje. Tot er ineens werd geroepen, 'jassen aan, we gaan.' We schrokken. Wel stonden we snel op en liepen snel naar beneden. 'Ja opschieten, we gaan.' Ik vroeg nog waarheen, maar mijn moeder duwde ons al de deur uit. Ik werd zenuwachtig, ik wist niet waar we heen gingen, wat we gingen doen, hoe lang het duurde. Mijn moeder deed haastig, zou ze boos worden? Ik strompelde achter haar aan de trap af. Mijn barbies lagen op de grond te wachten.....