1. jun, 2017

Juf, juf, juf......

 

Elke keer weer betrap ik me erop dat als ik schop tegen wat is, ik kei hard onderuit ga. In de klas al helemaal. Bezweet door het warme weer, door te weinig medicatie, door niet luisteren naar mijn lichaam, die vanuit de verte roept ‘rust graag’. Wel luister ik naar geschreeuw, roepende leerlingen, trekkende leerlingen, ‘juf ik snap het niet’, ‘klopt dit?’, ‘wilt u helpen?’. Van alle kanten. Tegelijkertijd zijn ze in de hoek met confetti bezig en in een andere hoek staat een filmpje hard aan op een mobiel. Twee jongens vechten om een stoel en een paar meiden gillen van plezier om hun Justin Bieber filmpje op hun mobiel.

 

In mijn nog verhitte staat, probeer ik alle hoeken onder controle te krijgen. Roep iets tegen die, pak een telefoon van een ander af, kat een paar leerlingen bij mijn bureau af dat ze vragen stellen waarop ik allang antwoord heb gegeven en roep ineens erg hard en danig geïrriteerd naar een leerling ‘en nu haal je een stoffer en blik en ruim je de hele zooi op!’ iedereen schrikt. Daarna komen er vragen of ik chagrijnig ben.

Ik kijk mijn leerlingen aan. Ze kijken oprecht geschrokken. In hun ogen was dit een heel normaal begin van de les. ‘Nou’ zeg ik ‘ik ben wel geïrriteerd aan het raken ja. En hoe dat komt? Ik heb hoofdpijn, ik ben moe, ik ben bezweet en warm en voel me eigenlijk ook erg  misselijk.’ ‘Ik zou het op prijs stellen als jullie wat rustiger doen en de opdracht lezen voor je met vragen komt. Je hebt drie lessen de tijd voor dit project en alles staat uitgekauwd op het stencil.’

Ze gaan aan de slag. Het wordt geordend en rustig en ik zit wat onderuit gezakt op mijn stoel naar adem te happen. Ik liet ze even zien hoe ik me werkelijk voelde en dat helpt altijd. De rust is wedergekeerd en ik kan weer vrolijk antwoord geven op vragen die al dertig keer zijn gesteld en waarbij ineens het kwartje valt.