7. jun, 2017

Te omarmen wat is, er zijn voor mezelf

 

Onverwacht is daar ineens een ergernis. Ik merk dat ik de persoon die mij die ergernis bezorgt, probeer te ontwijken en te negeren. Ik vind grapjes niet leuk die de persoon maakt. Ik vind dat de persoon graag op de voorgrond treedt, terwijl hij nog niet het recht verworven heeft om zo hoog van de toren te blazen. Ik vind de schouderklopjes die de persoon zichzelf geeft, het toppunt van arrogantie. Kortom ik vind het niet leuk deze persoon om me heen te hebben.

Ik merk dat ik steeds vaker iets laat merken van mijn ergernis. Vaktechnisch gezien, valt er nog veel te schaven in mijn ogen, dus die toren waarop de persoon staat te blaten, is een bouwval, maar dat weet de persoon zelf nog niet. Mijn professionaliteit komt voor mijn gevoel in het geding als ik word afgerekend op de misstappen van de persoon. Ik wil zeker weten dat iedereen van belang weet dat dit niet mijn fout is, maar van de persoon.

Dan sijpelt met kleine druppeltjes de waarheid binnen. Mijn ergernis, mijn minachting, mijn pissigheid is een weerkaatsing. De persoon is mijn spiegel. Hoe anders kan iemand zo veel raken en losmaken. Ik geloof dat we allen 1 zijn. Dat mijn binnenwereld mijn buitenwereld maakt. Hoe anders kan het dan zijn dat de persoon mijn schaduw is. Mijn stukjes onverwerkte angst, mijn weggemoffelde delen die ik liever niet zie.

Alleen dan kan iemand deze gevoelens teweeg brengen. Wat rest, is omarmen. Bij dat gegeven, stok ik. Ik wil niet omarmen, ik wil schoppen en de waarheid zeggen in plaats van op een nette manier toch laten vallen wat mij niet bevalt. Blijkbaar ben ik er nog niet aan toe om alles van mezelf lief te hebben. Ik besef het en ik zal er vast onbewust naar toe werken deze persoon te accepteren hoe hij is. Te omarmen wat is, er zijn voor mezelf.