18. jun, 2017

Alleen ik kan mezelf goedkeuren....

 

Door mijn ziekte, is mijn gestel niet 100%, wankel ik vaak tussen goed voelen en niet goed voelen. Mijn lichaam aanvoelen was een hele reis. Ik stond en sta soms nog steeds niet met beide voeten op de aarde. Ik leefde in mijn hoofd. Alles wat ik ervaarde, ging eerst door mijn hoofd. Door mijn ziekte moest ik mijn lichaam leren aanvoelen. Dat vertrouwen in wat ik voel en het interpreteren moest ik leren. En daarna moest ik erop leren vertrouwen dat wat ik voelde ik ook mocht voelen.

Dit proces heb ik ook in mijn hoofd gehad, lang geleden. Vertrouwen op mijn eigen zijn, gedachten, emoties, gevoelens, getrokken conclusies was moeilijk zo niet onmogelijk. Ik vertrouwde mijn eigen oordeel niet. Ik zei altijd dat ik op drijfzand liep, de grond onder mijn voeten kan ieder moment verdwijnen. Mijn basis is niet stabiel, mijn vertrouwen in mij was er niet. Sterker nog ik verloochende mezelf.

Dit alles heeft zijn wortels in mijn kinderjaren en mijn jeugd. De omgeving gaf mij geen geborgenheid, veiligheid, vertrouwen, liefde en fundament om te groeien en te ontwikkelen. Ik groeide op met bang zijn voor alles buiten mij. Ik zag in alles een complot tegen mij, niemand mocht mij daar was ik van overtuigd en ik hoorde nooit ergens bij. Ik kon niet veel, begreep de dingen en mensen om mij heen niet en angst werd mijn eerste natuur. Angst, eenzaamheid en verdriet waren mijn metgezellen.

Nog later kreeg ik inzichten die mij bij mezelf brachten. De angst verdween na vele jaren en een klein beetje vertrouwen in mijzelf groeide. Ik leerde dat mijn gedachten mijn wereld maakten. Ik gaf liefde aan mezelf. Zo leefde ik heel wat jaren. Steeds weer een stukje inzicht  erbij, steeds weer een stukje rust en vertrouwen in mezelf. Eigenlijk was het leven goed.

Gisteravond nam ik de telefoon op van mijn dochter. Ze had al twee keer het telefoontje waarop ze wachtte misgelopen en nu liep ze net naar buiten. Impulsief nam ik op en zei netjes mijn naam en dat ik de moeder was van mijn dochter en dat ik haar even zou roepen. Ondertussen was ze terug gerend aangezien mijn zoon haar had geroepen. Ze keek mij vlammend aan. Ik schrok, even was het de blik van mijn moeder die mij neerbuigend en woedend aankeek. Ik draaide me om en kreeg de volle laag van mijn zoon over me heen. Hoe kon ik zo stom zijn de telefoon aan te nemen! Verbijstert verdedigde ik mezelf. Maar het waren wat zwakke kreetjes. Een immens verdriet overviel me. Ik kon de tranen niet tegenhouden en ik huilde met grote uithalen meer dan een uur lang. Ik voelde me klein, verdrietig, onbegrepen en ongeliefd.

Mijn kinderen waren niet de oorzaak. Ik dacht eerst dat mijn moeder de oorzaak was. Nu ik dit schrijf, weet ik dat ikzelf de oorzaak ben. Ik vind mezelf nog steeds niet goed genoeg. Weer een stukje wijzer….