28. jul, 2017

Mijn demonen

 

 

 

    

Soms denk ik weleens, waarom deel ik al mijn gedachten? Om daarna te denken dat het om twee redenen gaat:

-          Ik vind het fijn om hardop te denken en te delen wat ik denk om het bespreekbaar te maken;

-          Ik lees vaak herkenning in de comments en dat zegt mij dat meer mensen met dezelfde gedachten in de weer zijn en wat is dan fijner dat herkenning en erkenning!

 

Dus daarom schrijf ik door. De drang om zo nu en dan al mijn spinsels te uiten op papier is ook niet goed tegen te gaan. En elke keer weer is het een beetje spannend als ik het openbaar zet. Maar ook dat is een soort heling voor mij. Ik mag doen wat ik wil als ik me daar goed bij voel en andere niet schaad. Zo leef ik en daar wil ik naar leven. Het ‘gevecht’ met mijn demonen kan ik zo aangaan. Oordelen, verwachtingen, afhankelijk zijn van meningen zijn mijn uitdagingen. Ik ontmoet hen iedere dag.

Vandaag borrelde naar boven waarom ik eerst aftast in wat voor een bui de ander is en me daaraan aanpas. Begrijp me goed, bij sommige dierbaren heb ik dit in het geheel niet. Maar bij mensen op wat meer afstand gaat het gewoonweg vanzelf. Ik pas me aan en als een vloeibaar goedje glijd ik in een andere mal. Zo ook bij opmerkingen van anderen. Ik kijk wat gangbaar is voor diegene en pas mijn woorden daarop aan. Ik wacht soms in onzekerheid af wat het commentaar is, of ik iets verkeerds heb gedaan. In mij weet ik dan dat ik zo reageer omdat ik mensen en commentaar zelf zo behandel. Dat steekt. Ben ik zo streng? Zo veroordelend? Hoe kan ik dat verzachten?

Dan zit ik weer in mijn maalmolen. Hoe verander ik mijn mindset, want blijkbaar vind ik het niet goed genoeg, roept dan meteen een andere stem. Zo dwaal ik rond in mijn gedachtegangen. Zo nieuwsgierig hoe andere mensen denken om alleen maar te achterhalen of ik anders ben of niet. Ik wil niet anders zijn. Mijn leven lang heb ik dat gevoeld. Mijn leven lang begreep ik handelingen van mensen niet. Ik begreep hun woorden niet en hun daden. Al heel vroeg in mijn leven moest ik analyseren in plaats van voelen.

Mijn gevoelswereld is daarom een verraderlijk iets geworden voor mij. Wat klopt wat ik voel en wat klopt niet, wat mag ik voelen en wat hoort niet. Ga af op je gevoel, volg je instinct wordt vaak gezegd. Dan raak ik van binnen in paniek. Wat voel ik dan?? Waar zit het? En gelijker tijd zijn mijn voelsprieten van buiten druk aan het werk, wat verwachten ze van mij? Hoe moet ik me gedragen? Wat moet ik zeggen en hoe?

Mijn ziekte bracht rust. Ik moest alles overgeven, niemand verwachtte meer iets van mij, ik was alleen thuis overdag en vond rust. Ik was ziek en de wereld met haar mensen lieten mij met rust. Een hele tijd dacht ik vrede te hebben gevonden met mezelf. Nu ik weer aan het herstellen ben en mijn gewone dagelijkse leven weer heb opgepakt, weet ik dat het een façade was. Rust en vrede in mezelf kan ik niet vinden, dat moet ik voelen gewoon midden in het de dagelijkse sleur. Oordelen, verwachtingen, afhankelijk zijn van meningen zijn nog steeds mijn demonen. Tot ik ze niet meer als demonen beschouw.