9. feb, 2018

Weg alle greppels, welkom lieve jij in mij

Een flinke huilbui doet meer dan tien gesprekken! Weken liep ik in mijn hoofd, in kringetjes dwaalde ik rond. Ik groef steeds dieper tot ik mijn eigen greppel niet meer uit kon komen. Bedolven onder zwart zand hapte ik naar adem, vlak voordat ik stikte, druppelde mijn eerste tranen over mijn wangen. Het maakte dat het zand oploste, er scheen weer licht in mijn ogen, de warmte van haar stralen, gaf mij een rustig en geborgen gevoel. Toen ik op keek, was jij daar. Altijd jij.

Hallo allemaal wat leuk dat je er bent, ik ben ik en jij bent jij….. verdrietig genoeg stampen we dit bij kleutertjes al door de strot. Er is geen jij, wil ik roepen, maar het is carnaval en mijn roep verdwijnt in gelach en gebulder. We hossen met elkaar de kroegen door, verkleed als een ander. We zijn niet hetzelfde, schijnen we te moeten bewijzen. Ik ben anders. De behoefte zo gescheiden mogelijk over te komen, komt door een oer gevoel van binnenuit. Het bekruipt ons iedere dag weer. We willen het niet horen, we sluiten ons er voor af. Ik ben ik en jij bent jij. Diep van binnen weten we allang, jij bent ik en ik ben jij.

Hoe opgelucht kun je zijn, twee armen en wangen vol tranen in de nacht geven de dag zonnestralen. Weg alle greppels, welkom lieve jij in mij.