2. mrt, 2018

Ik houd van de stilte in mij en om mij heen

Afstand van willen hebben en willen zijn, is mogelijk. In kleine stapjes of zomaar ineens. Toen ik ziek was, wentelde ik me in een geborgen cocon. Niemand verwachtte iets van mij en ik vond vrede met mijn situatie. Het verlangen naar het slanke lichaam dat ik ooit had, doofde. Op het toppunt van mijn volledige zijn, accepteerde ik alles van mij. Mijn lijnen, het gebrek eraan en mijn gedachten die het wezen van mij vormden.

Ik werd beter en op wat wankele momenten na, bleef ik in die acceptatie. Het willen hebben en willen zijn, verbleekte, ik vond voldoening in het zijn. Eerst dacht ik nog, het kan me niet meer schelen, wat is er met mij. Maar het kan me wel schelen, maar niet meer op de manier dat het mijn gedachten overneemt. Zomaar ineens was daar de rust die er voor zorgde dat ik tevreden was met wat is. Ik hoop dat dit van binnenuit komt en niet door mijn fijne omstandigheden waarin ik leef.

Mijn gedachten zijn niet altijd vredig voor mij. Het feit dat ik me verwonder over hoe sociale gedragingen ingevlochten zijn in het mens zijn, bij anderen, laat mij voelen dat ik dat niet zo ervaar. Ik houd van de stilte in mij en om mij heen. Ik zie sommige mensen graag, maar ik vermoed dat ik niet de drang heb om iemand te zien die anderen wel hebben. Het hele sociale gebeuren, hoeft voor mij niet. Mijn gedachten zijn op hol in gezelschap waarbij ik te veel moet denken hoe te zijn, wat te zeggen en hoe te voelen. Wat bij jou vanzelf en van nature aanwezig is, mis ik in het geheel.

Ik houd van de mensen om mij heen. Ik begrijp hen, ik voel me thuis bij hen. Ieder ander contact is voor mij geen noodzaak. Ik heb genoeg aan mezelf.