20. apr, 2018

Ik was bang in een leegte te vallen als ik de roep van gezien worden niet liet weerklanken in mijn h

In de toestand waarin ik nu verkeer, de persoon die ik nu ben, de omgeving, de omstandigheden, de mensen etc. daar ben ik blij mee. Als ik zaken overpeins, is dat niet omdat ik ze per se anders willen hebben of zien. Ik stel iets vast.

Ik ben opgegroeid met dromen waarbij ik altijd met een groepje meiden in een rijtje gearmd liep met de wetenschap dat we veel bekijks hadden. Mensen vonden ons een gezellig clubje, in mijn dromen. Toen ik iets ouder werd, een jaar of negen, liepen er regelmatig jongens achter ons en lieten weten dat zij ons ook leuk vonden. In die dromen voelde ik mij heerlijk. Ze keken naar mij en zagen mij. Vonden mij leuk.

Van de week betrapte ik me er op dat ik nog altijd om mij heen kijk om te zien of iemand mij ziet. Soms in het geval dat ik hoop van niet en soms in het geval van juist wel. Dan gaat mijn fantasie automatisch hetzelfde riedeltje afspelen in mijn hoofd. Wat ik op dat moment ook doe, ik doe het dan ineens voor die ander en een stemmetje is druk aan het babbelen tegen me van, zien ze me wel?  Ik doe dat dus nog steeds. Waren het eerst dromen, later ging ik mij ernaar gedragen, het werd een manier van doen. Ik maakte het mij eigen en op een gegeven moment werden de momenten zonder dat die gedachten me leidde, leeg en nutteloos. Ik moest er toch toe doen? Was mijn drijfveer.

Dus toen ik van de week buiten wandelde en het mechanisme automatisch in gang werd gezet, realiseerde ik mij, wat doe ik toch en waarom? Ik weet dat ik een keer, een aantal jaar geleden heb besloten het te blijven doen. Ik gaf mezelf de keuze of het mechanisme blijft of ik draai die geprogrammeerde gedachte de strot om.  Ik koos toen de eerste optie. Op dat moment van mijn leven, waren die momenten nog te belangrijk voor mij. Ik was bang in een leegte te vallen als ik de roep van gezien worden niet liet weerklanken in mijn hoofd.

Van de week besefte ik toen ik mij bewust werd van dit mechanisme, dat het er nog steeds was, zonder dat ik door had dat het de overhand had genomen. Het is genoeg geweest! Besloot ik. Ik ben niet langer bang voor een leegte. Ik ben ook niet langer op zoek naar genegenheid en waardering en het vertrouwen en het weten dat ik gezien word. Ik zie mijzelf, ik vertrouw mijzelf, ik mag zijn wie ik ben en ik vind mezelf het waard om van ieder moment te genieten zoals ik dat zelf wil. Dus waarom laat ik het kleine meisje nog steeds de baas laten spelen in mijn hoofd?Zij wordt allang gekoesterd en ik zie haar al zo lang staan. Het is de gedachte die mij belet mijzelf te zien.