18. mei, 2018

Problemen oplossen vind ik lastig

Problemen oplossen vind ik lastig. Soms handel ik meteen en heb ik iets te snel opgelost of gewoon goed opgelost en soms bevries ik en heb ik geen idee wat ik moet doen.

Gisteren kwamen twee meiden uit mijn mentorgroep vertellen dat een meisje uit de klas roddelt over hun. Ik vroeg hen wat dat betekende voor hen? Ze vonden het niet leuk. Ik vroeg wat ze eraan wilden doen. Ze hadden wel bedacht dat een gesprek met haar erbij niet handig was, want ze wordt zo snel boos. Dus het werd een gesprek met haar en mij.

Het meisje begon inderdaad gelijk te huilen, voelde zich aangevallen en riep dat ze nooit meer met hen zou praten. Hier mijn dilemma. Ik begreep de meiden die eerst bij me kwamen, maar dit meisje begreep ik ook. Zij roddelen net zo hard en ook over elkaar huilde ze. Hoe ik het gesprek ook neutraal probeerde te houden en in het algemeen dat roddelen gewoonweg niet handig is en als iedereen daarmee stopt dan is er niets meer aan de hand, het hielp niets. Het meisje voelde zich aangevallen en was boos dat zij nu beschuldigd werd van roddelen en de andere meiden niet. Mijn woorden kwamen niet aan en ik vond het oprecht sneu voor haar.

Dus wat doe ik…… “Joh laat je niet kisten, dan ga je toch met andere meiden om. Roddelen doen mensen om hun eigen onzekerheid te verbergen”. Helemaal verkeerd natuurlijk. Ze riep hard dat ze niet onzeker was en dat ze niet meer met hen omgaat, “Ik heb vrienden genoeg” eindigde ze. En zo kregen mijn woorden een andere betekenis. Ik voelde me falen. Ik was er niet voor dit meisje en tegenover dit meisje liet ik de andere twee vallen.

Ik ben niet geschikt voor meidendingen ruzies. Vooral omdat ik weet dat ik er nu veel energie in steek en een dag later zijn ze weer dikke vriendinnen. Ik vind het ook snel niet zo belangrijk waar ze mee komen. Joh denk ik dan, draai je om en laat diegene even met rust, of neem het met een zak zout wat er gezegd wordt. En dat kan natuurlijk niet.

Wat vreemd is want ik heb een verleden waarin ik altijd bang was. Ik begreep het sociale verkeer niet dus ik liep op mijn tenen af te kijken hoe ik moest doen en reageren en als de dood dat ik dat verkeerd deed. Niemand beter dan ik kan begrijpen hoe de schooltijd is en wat je allemaal kan raken. Maar op mijn school laat ik die gevoelens niet toe. Ook omdat ik weet dat mijn gevoelens en kijk op de wereld destijds helemaal niet realistisch waren. Ik ga ervan uit dat deze kinderen anders in het leven staan. Dat doe ik doordat ik zie wat ze doen hoe ze het doen en dat ik geen angst zie in hun blikken, houding, woorden en doen en laten. Op onze school hangt er een gemoedelijke open sfeer en de kinderen zijn ook recht voor hun raap. Iets is niet leuk, bam ruzie, goedmaken en klaar. Doordat ik dit weet, denk ik mede zoals ik doe. De andere kant is….

Ik wil me niet meer voelen als toen, dus ik laat die klep dicht. Ik maak in het nu niets groter dan het is bij de leerlingen en laat vooral geen gevoelens van toen toe. Dat is anders bij mijn kinderen. Zodra zij met iets komen wat gebeurd is op school, knijpt mijn hart samen. Ik probeer meteen met oplossingen te komen, ik reik van alles aan om hen te helpen. Maar mijn kinderen zijn al een stapje verder dan ik. Ze kijken me rustig aan en zeggen dat ze het alleen even kwijt wilde, ze lossen het zelf wel op. En niet meteen, maar morgen ofzo. Iets wat ik al helemaal niet kan. Ik zit door een probleem met een rotgevoel dus dat moet worden opgelost en niemand mag boos zijn op mij, dat is mijn primaire reactie. Dat hebben mijn kinderen niet. Hun probleem blijft een probleem en neemt hun leven niet over. Zo zie ik dat ook bij mijn leerlingen.