21. jul, 2018

Vrede met wat is, maar blind voor het zijn

Gewoon zijn, is best lastig. Ik heb sinds kort een jacuzzi. Ik probeer daarin te ontspannen. Aan niets te denken. Mijn gedachten zijn lang bezig de dag door te lopen eer ze tot rust komen. Eenmaal daar, begin ik te malen, hoeveel herrie zijn de bubbels voor de buren, kan ik nog wel blijven zitten? Wat moet ik nog allemaal doen vandaag en in deze vakantie? En dan maan ik mijzelf weer tot ontspanning, aan niets denken. Het hele poedelgebeuren is een strijd tussen aan niets denken en mij zorgen maken of ons bubbelbad niet te veel herrie maakt. Wat mij doet beseffen dat als ik denk dat ik te veel herrie maak, dan zal dat iets in mij zijn. Heb ik snel last van mensen om mij heen en hun geluid? Ja, dat heb ik. En zo is het bubbelen een maalstroom van gedachten.

Het tot de kern jij voelen, is een kunst. Mijn ego, id en super ego om met Freud te spreken zitten mij soms danig in de weg. Vrede sluiten met hen en in een grote flow mijn ziel benaderen en omhelzen, lijkt een utopie. Wil ik dat wel? Toen ik stopte met zoeken naar het waarom we hier op aarde zijn, vond ik een bepaalde rust en tevreden zijn. Ondertussen waan ik mijzelf in een tussengebied waarbij ik mijn lichaam nog steeds niet helemaal bewust ben en mijn geest in een soort slaap is gedoezeld. Ik vraag mij af of ik dit rustige vaarwater niet voor een tussenstop moet aanzien. Vrede met wat is, maar blind voor het zijn. Kan ik met mijn verstand deze impasse uitpluizen of moet ik gaan voelen. Meer in mijn lichaam zijn om vandaaruit in mijn natuurlijke zijn te komen. Of ben ik er al en is dit wat het is. Gedachten die mijn leven beheersen.

Ik laat het voor nu weer even rusten. Ik heb er vertrouwen in dat wat ik nodig heb, mij bereikt. De overtuiging dat ik iets moet doen of laten, mag mijn brein verlaten. Mijn wachten of mijn rustig zijn, wat het ook zal zijn, ik zal het weten wanneer de tijd daar is.