31. aug, 2018

Zachte heelmeesters maken niet altijd stinkende wonden...

Met mijn zoon heb ik een bijzondere band, altijd al gehad. Toen hij klein was, voelde ik aan wat hij nodig had en hoe ik hem het beste kon begeleiden. Ik begreep lang niet altijd zijn woede- uitbarstingen, zijn angsten en zijn redenaties. Maar ik wist altijd dat hij niet anders kon. Er was nooit sprake van onwil altijd van onmacht en dat wist ik. Boos worden en straf geven, was geen optie. Straf geven, paste ook niet bij mij, nog steeds niet. Ook op school met mijn leerlingen geef ik geen straf, ik praat, probeer te begrijpen en leg uit. Dan spreken we af dat we het voortaan anders gaan doen en zetten een streep onder de zaak.

Nu mijn zoon ouder is, kan ik redeneren met hem. Vaak kan dat gelijkwaardig en oprecht. Soms kan het voor mijn gevoel nog niet. Hij kan er niet goed tegen als hij iets anders had moeten doen of dat hij iets vergeten is of niet gedaan heeft. Hem daarop aanspreken, vind ik lastig. Ik weet uit ervaring dat hij zich hevig verzet, hij heeft het nooit gedaan of juist wel en hij kan er altijd niets aan doen, het is niet zijn schuld, is zijn reactie. Ik zeg wat er is gebeurd of niet is gebeurd en zwak het daarna af met dat het niet erg is of zeg dat ik het begrijp. Ik kan in ieder geval niet op de man af zeggen wat ik ervan vind. Op die manier ontloop ik een hevige ruzie van een ‘aangevallen’ zoon. Vaak komt hij later op de situatie terug en zegt dan wat fout was gegaan of anders had gemoeten en dat hij daar inderdaad schuldig aan is. Doordat ik weet dat hij er later rustig op terug kan komen en inziet wat ik bedoelde, maak ik er op het heets van de strijd geen heisa om. Tegen hem ingaan of de werkelijkheid te duidelijk in beeld brengen, maakt hem boos en hij schiet in de aanval. Hem op zijn ‘fouten’ wijzen, vindt hij te lastig.

Ik herken het, ik reageer ook aanvallend of verdedigend als ik op een fout wordt gewezen. Ik vind het vreselijk om iets fout te doen en ik schrik ervan. Ik heb mijn weg daarin gevonden, ik begrijp dan ook des te meer mijn zoon in deze.

Van de week liet hij weten dat hij het niet prettig vond dat ik in een discussie of situatie waarin ik het oneens ben met hem over iets dat gedaan had moeten worden of juist niet, uit de weg ga en zeg dat ik hem begrijp. Blijkbaar heeft hij door dat ik de boel op die manier probeer te sussen. Hij vindt dat ik hem ongelijkwaardig behandel en voelt zich een klein kind. Ik speelde open kaart met hem en vertelde waarom ik dit deed. Dit maakte hem pissig. Ik gaf aan dat ik voortaan eerlijk zou zeggen wat ik van iets vind en niet langer om de hete brei heen zou draaien uit ‘angst’ dat hij boos zou worden. Hij liet me duidelijk blijken dat hij het niet leuk vond dat ik zo met hem omging terwijl we zo een goede band hebben.

Ik begrijp hem en ik weet dat ik ondertussen de confrontatie aan moet gaan. Ik zie er tegenop, maar vind het ook een mooie uitdaging. Jarenlang heb ik mijn zoon stapje voor stapje aan de wereld om hem heen laten wennen. In het begin was het vooral alles aanpassen aan zijn wereld en later begon ik de wereld te integreren in die van hem. Nu ga ik voor mijn gevoel het laatste stukje inbrengen. Zijn autisme houdt hem op bepaalde vlakken nog in de tang. Zijn frigide manier van denken, aannemen en leunen op gewoonten zal wankelen. Maar het is tijd om zijn wereld weer een stukje uit te breiden. Hij gaf het zoals altijd zelf aan er klaar voor te zijn, nu mama nog….