4. nov, 2018

Niets vreemd is mij eigen

De schoolfoto van alle twee mijn kinderen, koop ik altijd. Ieder jaar zet ik het jaartal en de klas achterop de foto en plaats het voor het exemplaar van het vorige jaar in de lijst.

Zo zag ik vanmorgen bij het voorschuiven, de koppies van vier jaar geleden. Zo ontzettend klein nog! Mijn zoon was bij mij en we kletsen door over toen. Ineens zei hij, “Weet je mam, ik heb een nare eigenschap, ik vind het rot als mensen zeggen dat ik iets niet goed heb gedaan. Dan ga ik met mijn hakken in het zand en ontken alles, ik ga mezelf verdedigen en voel me rot.” Hij kijkt me met mooie ogen aan. Ik vertel hem dat ik dat al weet van hem en het mooi vindt hoe zich daar nu bewust van is. Ik vertel hem ook dat ik hetzelfde heb. Ik weet alleen al hoe er mee om te gaan. Ik vraag hem of hij weleens van het principe onbewust onbekwaam, bewust onbekwaam, bewust bekwaam en onbewust bekwaam heeft gehoord. Dat had hij niet, maar het was hem wel duidelijk. “Nou mam, dan zit ik in trapje twee” grapte hij.

Mijn lieve jongen, wat ben ik trots op hem. Zijn woede aanvallen van lang lang geleden zijn zo ver weg. Ik zeg het tegen hem, dat ik nog zo goed wist dat hij me een keer vertelde dat hij mij wel even met rust zou laten omdat hij zag dat ik boos was. “Dan word je alleen maar bozer en ik ook, dus ik spreek straks wel met je als we zijn afgekoeld’ in 1 klap was ik afgekoeld en zo trots op mijn wijze zoon. “Ja” zegt mijn zoon nu tegen mij “Ik weet nog dat je mij altijd uitlegde dat de toon van iemand of een gezichtsuitdrukking niet altijd betekende dat diegene boos is als het boos lijkt. Er zijn meerdere emoties. Toen begreep ik je niet. ik vond altijd meteen dat je boos deed. Nu begrijp ik dat beter. Van binnen vind ik je boos doen, maar ik weet ondertussen dat je dan niet boos bent, maar gejaagd of zo.” Ik glimlach naar hem. Zo is het precies. “En” zegt hij met een triomfantelijke blik in zijn ogen, “Jij hebt dat ook. Jij denkt ook wel dat ik boos ben als ik dat niet ben. En toen ik dat ontdekte dat jij het ook niet altijd goed kan inschatten, voelde ik me erg opgelucht. Als mama het ook heeft, ben ik dus niet zo vreemd!” Hij kijkt me lachend aan. Ja lieve jongen, daar heb je gelijk in. Ik heb dat ook. En nee vreemd zijn we allerminst.

Een spiegel zijn mijn kinderen voor mij geweest en nog steeds. Ik ben blij dat hij zich heeft gerealiseerd dat dingen niet vreemd zijn. Hooguit anders en dat mag. Iedereen is anders en dat maakt het leven juist zo leuk. Ik geniet van deze gesprekjes met mijn zoon. We hebben ze altijd gehad. Uitpluizen wie je bent en hoe het leven in elkaar steekt, kan alleen met een open mind en houding, een onderzoekende geest is een feest! Ik zet de fotolijsten weer terug in de kast, wijze, lieve kijkers kijken mij aan, ze worden groot, maar zijn gelukkig ook nog zo klein.