10. nov, 2018

Een stille strijd

Vroeger vond ik alleen zijn vreselijk. Ik zocht mijn zusje op. Vroeger had ik weinig vriendinnen, dus mijn zusje was mijn enige optie. Mijn zusje kon zich uren vermaken in haar eentje en had naar mijn idee niemand nodig. Ik vond haar stoer en dapper. Mijn moeder bevestigde dat beeld. Als ik met mijn moeder alleen was, praatte ze altijd over mijn zusje. Of mijn zusje was fantastisch een echt voorbeeld waardoor ik mij klein en niet de moeite waard voelde of mijn zusje was een kreng. En erg genoeg voelde ik mij groeien als mijn moeder haar een kreng vond.

Nu begrijp ik waarom ik mij dan beter voelde. Mijn zelfbeeld werd dan een beetje positiever. Ik hoefde mij niet minder waard te voelen. Mijn zusje kreeg daarentegen altijd van mijn moeder te horen als ze alleen met haar was, dat ik zo braaf was, slim en een goed voorbeeld. Mijn zusje voelde zich niet dapper en stoer, maar dom.

Dit begrepen mijn zus en ik pas jaren later. De stille strijd tussen ons wie beter is dan de ander, werd verklaard. We praatten over onze gevoelens en hoe het toen was. Ons beeld van elkaar en van onszelf is daar gemaakt. De wetenschap dat onze moeder dit veroorzaakt heeft, doet helaas niets af aan ons gevoel van competitie, de patronen die toen zijn gelegd zijn hardnekkig. Bewust onbekwaam gaan mijn zus en ik met elkaar om. We weten dat onze liefde oprecht is en diep, we weten dat de stille strijd altijd daar is.

Het afhankelijk zijn van een ander om mij goed te voelen en niet eenzaam is in de loop der jaren verdwenen. Ik vind het prettig om alleen te zijn. Ik kan mezelf redden en voel me fijn alleen. Neemt niet weg dat ik intens blij ben met mijn partner en kinderen om mij heen. Het gaat om het diepe gevoel van binnen genoeg te zijn en vrede te hebben met mezelf. Dat gevoel is goud waard. Ik zou alleen de stille strijd met mijn lieve zus voorgoed willen begraven, maar ik besef dat sommige dingen zijn zoals ze zijn en ik laat het er zijn.