21. feb, 2019

Alles is in mij

Gesprekken met mijn zoon zijn zo fijn en waardevol. We denken vaak hetzelfde of zitten in ieder geval op dezelfde golflengte. We spreken uit wat we voelen en ervaren in het dagelijkse sociale leven. We verbazen ons over wat voor gewoon doorgaat en vertellen hoe we een manier hebben gevonden ons aan te passen aan het sociale gedrag van onze medemens.

Ik vertel hem hoe ik als meisje een beslissing nam om alles wat in mij opkwam maar eruit te gooien want dat waren onderwerpen die mensen blijkbaar leuk vinden om over te praten. Ik gooide eruit wat ik zag en wat ik had gedacht de laatste paar uren. Het waren onderwerpen die nietszeggend waren en overeen kwamen met het koetjes en kalfjes gebabbel wat mensen zo goed kunnen. Mijn grote gedachten deelde ik niet. Alleen wat mij verbaasde en wat enigszins de moeite waard was om te vertellen. Dat het regende onderweg, dat het raam aan de linkerzijde van het schoolgebouw nog steeds stuk was, dat soort onbenulligheden. Voor mij absoluut niet de moeite waard om te benoemen, maar blijkbaar was dit waar mensen graag over praten. Om mij een houding te geven, leerde ik mijzelf aan om zulke praatjes te houden.

Mijn zoon herkende het en hij legde uit wat er in hem omging als hij ergens wachtte in de kantine op school of het juist vermeed om te wachten en treuzelde als hij een lokaal uitging om zo bij een groepje te kunnen aansluiten wat al ergens stond. Ook hij had hele verhalen in zijn hoofd hoe dingen blijkbaar moeten gaan en was op zijn hoede om geen sociaal verkeerd geïnterpreteerde stap te zetten. Daar waar ik altijd angstig was, analyseert mijn zoon de situatie en wil hij vooral niet voor paal staan. Hij overziet een situatie en heeft geleerd de juiste dingen te doen en te zeggen om ergens in te passen.

Toen ik hem wees op het feit dat ik dat lastig vind omdat ik het gevoel had mezelf te verloochenen. Zei hij praktisch dat het niet overal jezelf kunnen en willen zijn niet een must is. Er ging een deur open voor mij. Ik concludeerde dat ik me dus best af en toe mag aanpassen en weg kan gaan bij mezelf zonder dat ik mezelf meteen verloochen. De ene situatie vraagt om een andere houding dan de andere zei mijn zoon praktisch. Zo had ik het nog niet gezien. Ik was in mijzelf in gevecht omdat ik niet overal uit kon dragen wie ik ben. Dat ik me soms conformeer aan de situatie of persoon. Ik tast af hoe iemand is en pas mij aan.

Ik weet nog niet of ik het eens ben met mijn zoon. Maar de behoefte om altijd en overal precies te zijn hoe ik ben, heb ik ook niet. In iedere situatie geef ik wel een stuk prijs van mijn persoonlijkheid, ik voel mij alleen niet altijd op mijn gemak om helemaal te zijn wie ik ben. Of misschien ben ik altijd wel wie ik ben en ben ik veelzijdig, bedenk ik me nu ineens. Ik ben erg wispelturig en impulsief. Wat ik de ene dag fijn vind, vind ik de andere dag irritant. Ik handel en denk daarna. Dus misschien ben ik wel al die personen en doet iedereen een rollenspel gewoon om het spelen.

Ik betrap mijzelf er weleens op dat ik me erger aan zaken en mensen. Als ik dan analyseer waarom ik me stoor, kom ik erachter dat het gedachten van mezelf zijn waardoor ik tot een oordeel kom. In mijn gedachten is iets stom, raar, vreemd, gemeen of gek. Dus als ik besef dat ik denk, kan ik ook iets anders denken en mijn oordeel heroverwegen. Het lijkt een onnatuurlijk proces en ik spartel in gedachten erg tegen. Toch weet ik dat alles wat er is, mijn gedachten zijn. Mijn gedachten zoeken een weg door mijn hoofd in mijn lichaam. Wat in mijn hoofd vorm krijgt en vaste voet verhard. Die harde patronen nestelen zich in alle gaten en hoeken van mijn hoofd en lichaam. Mijn gevoel protesteert, maar is in de minderheid. Mijn lichaam wordt ziek, mijn geest verstard. Alleen mijn wil om mijn gedachten om te vormen, kan mij redden van mijn eigen verhaal. Stop het denken foeter ik dan tegen mezelf. Geef aandacht aan het kijken zonder oordeel, het voelen zonder oordeel, het luisteren zonder oordeel. Adem diep in en wees een met de ruimte en de tijd want beide zijn in mij.