14. aug, 2019

Mijn zoon

Al jarenlang hebben we die gesprekken, diepe, mooie en intense gesprekken. Echt over het leven en over gevoelens. Hij vraagt en zegt, ik luister en vertel. Hij raakt stukjes oud verdriet bij mij en hoort hoe ik er vroeger mee omging en hoe ik dat nu doe.

‘Ik heb een appel leren eten door jou, mam’ ik kijk hem aan en graaf in mijn herinneringen. Ik heb hem veel geleerd, ook veel dingen waar een moeder anders nooit aan had gedacht om te leren, maar een appel leren eten kan ik mij niet herinneren. ‘Ik keek naar je als je een appel at en ik at daarna precies dezelfde route’. En inderdaad ik eet altijd op dezelfde manier een appel. ‘Weet je dat veel mensen een appel heel anders eten dan jij en ik?’ Nee, daar had ik nog nooit opgelet. Hij vertelde me de manier waarop de meeste mensen een appel aten. Ik moest glimlachen. Ik herkende in zijn manier van doen de mijne.

Daarna werd het gesprek emotioneler. Niet alles daarvan zal ik hier delen. Maar het komt erop neer dat hij in het proces zit van jongen naar man. Gevoelens en gedachten waar hij nooit mee bezig was en hem totaal voorbij gingen, overkomen hem nu. Hij weet niet wat hij er mee moet. We spraken over mijn gevoelens toen, dat ze overeen kwamen op sommige vlakken en dat hij er al anders mee omging dan ik destijds. Waar ik al ver van mijn eigen ik verwijderd was, was hij nog zo trouw aan zichzelf. Ik hoorde in zijn stem en in zijn woorden geen angst, maar onzekerheid en spannend vinden van de volgende stap ook een zekere nieuwsgierigheid. Bij mij heerste de angst toen.

Hij vertederde me en maakte me nog trotser. Ik kon hem inzicht geven en geruststelling, een stukje van zijn pad verlichten waardoor hij weer verder kon. Even was ik bang dat hij dezelfde angstige gevoelens had dan ik toen, dat hij zich zou laten remmen en dat hij zijn nieuwsgierigheid en puurheid zou achterlaten. Maar zijn zorgen waren anders al lagen ze in hetzelfde vooruitzicht. Zijn blik was niet vertroebeld hij wist nog heel goed te voelen wie hij was. Ik was opgelucht en hij ook. Zijn opluchting gold iets anders, wat ook weer een teken was dat hij nu al anders in het leven stond dan ik destijds.