13. sep, 2019

Tekst

Al dagen zit ik in een soort van loop. Je spreekt het uit als loep. Pijn in mijn hoofd en nek verergeren in de loop van de dag. Dit is wel gewoon loop. Zinnen buitelen in mijn gedachten over elkaar heen. Ik creëer hele werelden zonder dat iemand iets aan mij ziet. Mijn masker en mijn schild hangen op half elf, iedere opmerking knelt. Ik weet het wel, zelfs als klein meisje had ik die dagen, soms weken. Ik begreep alles en iedereen verkeerd, voelde me aangevallen en lamgeslagen. En na ieder hoopvol moment dat de zoete werkelijkheid mij weer had ingehaald, werd ik wederom onderuit geslagen. De loop nam weer een loopje met me. Mijn werkelijkheid waren gedrochten die me aanvielen, mijn onbegrip was daar de oorzaak van. Hoe ik ook mijn best deed buiten de greep te blijven, hij pakte me en slokte me op. Mijn werkelijkheid zweepte me de afgrond in. Zo voelde ik me en ik kon me niet losmaken uit zijn greep.

Als kind huilde ik avonden lang tot ik uitgeput in slaap viel. Ik schreef honderden gedichten om mij te bevrijden. En nu zo veel jaar later, ken ik nog steeds zijn greep. Ik laat mij foppen en klauw om me heen. Die ander met armen om mij heen en een ruim begrip, haalt mij uit mijn loop. Ik voel me nog steeds onbegrepen en alleen, maar iemand houdt me vast. Ik kan over de rand kijken van wat waar is. Mijn uitzicht is niet langer zoek....