22. nov, 2019

Tekst

Missen is een werkwoord. En zoals bij alle werkwoorden is het iets wat je doet. Om het te stoppen, moet je iets doen. Maar werkwoorden zijn op papier mooi te vangen en te vervangen in het werkelijke leven, gaat dit niet.

Mijn hele leven heb ik een gevoel van gemis gehad. Ik kon daar altijd een persoon aan koppelen. Hierdoor was het te verklaren en mocht ik verdrietig zijn. In mijn jonge jaren was het mijn vader, later mijn moeder, weer later mijn zus. Toen er een moment kwam dat ik niemand te missen had en het gevoel bleef toch, werd ik verdrietig. Ik realiseerde mij dat het niet de persoon was die ik miste, het was iets anders. Of misschien had ik het missen genoemd en was het een ander werkwoord.

Niettemin bleef het gevoel bij me. Als ik veel afleiding had en een partner naast me, was het weg. Dat gevoel bracht opluchting. Maar zodra ik alleen was, vergezelde het mij weer. Ik dacht dat ik eenzaamheid voelde, verlatenheid om het missen van een andere kant te bekijken. Hoe ik er ook naar keek, welke werkwoord er ook bij past, het gevoel is er nog altijd.

Het hoort bij me. Net als het oer gevoel dat ik niet hier wil zijn. Hoe goed ik het ook heb, er is altijd een gevoel geweest dat ik hier niet thuishoor. Het missen past bij dit gevoel. Als ik naar mezelf kijk, passen de stukjes bij mij. Ik mis een stukje van mezelf en dat stukje vindt zijn weg niet terug. Daarom voel ik me incompleet en niet thuis in mezelf.

De wortels zullen liggen in het verleden. Ik weet de dingen die ik heb gemist en die ik nodig had om heel te zijn. En toch gaat dit gevoel dieper. Ik mis een andere plaats, ik mis een ander thuis. Ik hoor hier niet. En als ik alleen ben, voel ik dat het meest. Vrede heb ik wel gevonden met dit gevoel van gemis. Acceptatie is een beter woord. Maar daardoor lijkt er en ander werkwoord geboren, wachten…..