7. feb, 2020

Zij wel en ik gelukkig niet

Ze is vanmiddag aangekomen in Zürich. Ze gaat een weekend naar een vriendin die daar sinds kort woont.

Ik vind dat stoer. Waarom? Omdat ik het niet doe. Ik deed dat vroeger ook niet, wel met iemand, maar niet alleen. Ik heb iets tegen de reis die ik moet afleggen naar iets of iemand als ik alleen ben. Ik zie daar zo tegen op dat ik er zelfs ziek van word. Dus de laatste jaren geef ik mezelf de ruimte dat niet te doen. Het geeft me enorm veel rust, maar nu merk ik ook dat ik misschien veel gemist heb.

Ik ben trots op haar en bedenk me tegelijkertijd of ik jaloers ben. Maar dat ben ik niet. Ik ben heel tevreden met wat ik niet doe. Maakt mij dat minder avontuurlijk, ambitieus of onafhankelijk? Misschien wel. Maar de spanning in heel mijn lijf om iets te doen wat ik zo niet wil, wint het. Jaren heb ik mij er tegen verzet en moest ik van mezelf. Het heeft mij geen vrijheid en moed gebracht. Dus mocht ik het opgeven.

Is opgeven erg? Jaren lang dacht ik van wel. Ik voelde me toch op dat vlak een bangerik. Maar nu ik kinderen heb die ineens met grote stappen de wijde wereld betreden en intens genieten, voel ik dat ik me er goed onder voel. Ik geniet met hen mee en voel me super trots dat zij het wel doen.