17. feb, 2020

Blauw blauw ik hou van mij

Ineen gedoken op de bank met de hondjes om me heen, luister ik naar het kloppen van mijn hoofd en het snotteren van mijn neus. Zeelucht deed goed.

Altijd als ik ziek ben of niet helemaal in orde, ervaar ik de wereld om mij heen als ver weg. Ineens is er geen afstand meer en toch ben ik kilometers verwijderd. Ik ben in mezelf gekeerd op een vredig eiland, gedachten en opmerkingen komen daar niet. Daar ben ik op het strand alleen met water, wind en zand. In die hoedanigheid voel ik me veilig en geborgen, ook al is mijn lichaam ziek.

Verleden komt een bezoek brengen en ik kijk er naar zonder al te veel verdriet. Zij, die zo een grote rol speelde, zij is nu teder en lief. Ik streel haar zachte oma huid en praat met haar. Haar lippen bewegen, maar haar woorden hoor ik niet. De woorden waarnaar ik hunkerde, kan ze nog steeds niet zeggen. Maar ik zie de tranen in haar ogen, het is goed.

Daar waar zij voorgoed verdwenen is, loopt hij nog ergens rond. Hij voelt verder, meer verwijdert van mij. Zijn keuze is net als die van haar niet voor mij geweest. Niet voor hun kinderen. In de zachtheid van de afzondering lopend op mijn eigen eiland, kan ik de pijn die daar bij hoort zachtjes vastpakken met mijn handen. Liefdevol kijk ik er naar en zie het als zand tussen mijn vingers verdwijnen.

Ik kijk over zee en zie het water in de lucht overgaan. Zo is het ook met gevoel en herinneringen, ik laat ze samen smelten en overgaan. In het intens blauw komt alles samen en is er alleen blauw.