22. feb, 2020

Leven na de dood

Met zijn mouwen opgerold en zijn jas om zijn arm staat hij voor de deur.
Er wordt altijd opengedaan.
Hij gaat naar binnen en deelt niets mee.
Hij blijft roerloos staan.

Ruig en stoer staat hij daar.
Hij wacht tot zij hem ziet.
Het duurt niet lang voor zij hem in de gaten krijgt.
Ze glimlacht zacht, ze mag hem niet.

Hij pakt haar arm en trekt haar mee.
Haar glimlach is weg, ze volgt gedwee.
Vlak voor het licht, kijkt hij haar aan.
Ze is nu helder en kijkt liefdevol terug.
Ze wil met hem mee gaan.

Haar handen rustig naast haar lichaam. Haar ogen dicht.
Vredig ligt ze daar,
ze kijkt nog één keer om.
Dan stapt ze tevreden uit het zicht.