23. feb, 2020

Zij moet er mee leven

Ze zeggen dat ze blij moet zijn.
Ze zeggen dat ze dankbaar moet zijn.
Ze zeggen dat ze geluk heeft gehad.
Ze zeggen.

Zij zwijgt en voelt haar pijn.
Zij kijkt en haar ogen verkillen.
Zij voelt zich koud verstillen.
Zij blijft.

Ze wenkt naar een zuster.
Ze voelt zich niet geruster.
Grauw zijn haar ogen.
Er is tegen haar gelogen.

Niemand weet wat zij doormaakt.
Niemand voelt wat zij voelt.
Iedereen zegt wat er wordt bedoeld.
Iedereen is geraakt.

Maar zij moet er mee leven.