5. mrt, 2020

Tekst

We liepen in een onbekend land al hadden we kunnen vliegen
We liepen
door een woud met doornen zo groot als duiveneieren, waren we zo goed als niet dichterbij een oneindig verhaal.
We wandelden voort alsof we niets zagen, maar de waarheid was nabij.
Het was niet in onze taal,
maar we begrepen de indringende tonen en
we hoorden de harde klank.
We wilden, denk ik allebei,
dat we het over konden doen. Niets waardig was onze dank,
want zij was opgegaan in het ongrijpbare iets.