6. apr, 2020

Tekst

Het was een ochtend aan zee.
Of was het een middag?
We zaten met iedereen
op het terras.
Of waren we met z'n twee?
We keken uit over het water.
De golven lagen bijna stil.
Was het in de zomer?
Of al wat later?
Het is alsof ik kijk door een vieze bril.
Alles is zo wazig
De plaatjes van toen
die er nu eigenlijk niet meer toedoen,
zijn verhalen verdwenen
in een zee van herinneringen.
Soms moet ik jou even lenen
om de juiste volgorde van een verhaal aan te houden.
Soms kan ik zelfs de tekst van een lied niet meer zingen.
De woorden zijn net als de plaatjes
vergeten,
ik kan ze niet meer onthouden.
Soms zoek ik zo maar in een laatje
en weet ik niet meer waarnaar ik zocht.
Soms groet ik iemand waarvan ik niet
meer weet wat ik bij hem kocht.
Flarden zijn soms mijn enige houvast.
Dan neig ik naar de stille warboel
die houdt me tenminste goed vast.
En dan komt de dag dat ik zwaai naar jou,
niet meer wetend dat ik van je hou.