26. apr, 2020

Mijn trouwe vriendjes

Hij springt op de bank, vlak naast me. Hij graaft en woelt wat en als het naar zijn zin is, legt hij zichzelf neer. Zijn pootjes onder zijn snuitje en zijn oogjes nog bruin open. Zijn oortjes rusten over zijn koppie en zijn ademhaling wordt langzamer als zijn oogjes dicht gaan.

De hele avond ligt hij daar. Als ik even opsta, breidt hij zijn plek wat uit, mij onschuldig aankijkend als ik terugkom en hem toespreek dat ik er weer bij wil. Ik duw hem zachtjes weer naar zijn kant. Hij vindt het goed, geef mij een likje en een trouwe blik met zijn bruine oogjes.

Voordat hij daar ging liggen, wandelde hij de hele dag om mij heen. Spelen, eten, op wacht staan, gaat allemaal door, naast mij. Ga ik naar de wc, hij ook. Even de was opvouwen boven, hij springt tussen het schone wasgoed op bed en nestelt zich er tussen. De hele dag wijkt hij niet van mijn zijde.

Net als zij, toen ze nog fit genoeg was om achter mij aan te lopen. Nu slaapt ze overal dicht in mijn buurt. Als ik opsta, tilt ze haar hoofd op en volgt mij met haar ogen. Als ik naar boven ga, blijft zij eerst rustig wachten of ik snel weer terugkom. Duurt dat te lang, drentelt ze naar boven, kijkt met haar koppie om het hoekje mij aan alsof ze even checkt of ik er nog ben. Ze zakt weer door haar pootjes en slaapt ter plekke verder.

Hondjes, mijn beste, trouwe vriendjes. Hun liefde is zo groot en betrouwbaar als de zon en de maan.