1. jun, 2020

Ik zie wat ik niet had, ik zie niet wat wel

Eén moment was ik terug. Een gevoel dat ik al bijna niet meer herkende, sijpelde binnen. Wat een genot dat ik wat ouder ben en begrijp waar ik nu ben. Ik adem diep in en laat het filmpje rollen.

Ik keek toe hoe ze met een vriendinnetje meeging, logeren op een camping. Ik bleef thuis, drie hoog achter in Amsterdam. Ik keek vaker toe hoe zij zich vermaakte met vriendinnen. Ik dook in mijn boeken en haalde hoge cijfers.

Zelfs toen ik zelf vriendinnen kreeg en leuke dingen deed, bleef ik kijken naar haar. Later, veel later zou ik horen dat zij naar mij keek, naar de dingen die zij niet deed.

Ik dacht dat het tot mijn verleden behoorde, dat mijn kinderen geen reden hadden om naar de ander te kijken. Ik had het mis. Ik hoor en zie wat de ene wel heeft en doet en de ander niet. Ik zie het ook andersom. Hij ziet dat niet.

Mijn verhaal vertel ik hem, in mijn ogen vergelijkbaar en dus troostend. Dat is het niet, zal hij zeggen als ik klaar ben met vertellen. Ik voel nog heel even wat ikzelf toen voelde en schud het snel van me af.

Ik hoor hem, maar ik mag hier blijven. Ik ben daar al geweest. Hij weet dat hij niet alleen staat met zijn gevoel en dat ik hem begrijp. Ik hoop dat hij het te zijner tijd ook achter zich kan laten, nu is de tijd daar nog niet rijp voor.