16. jun, 2020

Teunisbloem

Wij wonen tussen het voedselbos en een park tegen de Oostvaardersplassen aan. We horen de herten burlen als de tijd rijp is en de vossen lopen hier soms door de buurt.

Vanmorgen liep ik door het voedselbos langs de geurende kruidenheuvels en de ranken met druiven. Het geel van de Teunisbloemen en het paars van de Lavendel staken kleurig af tegen het wit van het Duizendblad. Vooral in de ochtend als het dauw nog niet vervlogen is, kun je het mengsel van de verschillende kruiden goed ruiken.

Ik plukte wat frambozen en keek naar mijn spelende honden. Ik vroeg me af waarom verre oorden toch trekken als ik dit zo dichtbij me heb. Dat bracht me bij het willen en verlangen van de mens. De wensen die we vaak blijven voeden, terwijl alle kleine dingen om je heen je toch een prachtig koninkrijk geven.

Toen ik ziek was, verlangde ik er alleen naar om beter te worden. Die tijd heeft het waarderen van wat is, in mijn leven gebracht. Ik wil niet meer zo veel. En toch blijft er vaak nog iets te willen.

Misschien geeft dat het leven de uitdaging waarvoor we hier zijn? Ik weet het niet. Maar toen ik tussen al die heerlijke geuren liep en mijn ogen een waar schouwspel aanschouwden, wilde ik even helemaal niets.