22. jun, 2020

Tekst

Het vervelende van een ziekenhuisopname, vind ik het missen van de frisse lucht. Al het andere hoort er even bij en dat kan ik over me heen laten komen. Sinds ik ben opgestaan, ben ik buiten en adem ik alleen maar diep de frisse lucht in.

De vroege ochtend in de tuin vind ik het fijnste moment van de dag. Het is er stil op het fluiten van de vogels na. Langzaam wordt de wereld wakker en breken huiselijke geluiden de stilte. Ik hoor bij die wereld, maar ben toch gescheiden. Zo voelt het leven voor mij. Ik hoor er niet helemaal bij.

Vroeger vond ik dat erg, nu niet meer. Ik ben mijn eigen gedachten over mezelf en hoe ik leef, gaan waarderen. Ik hoor mezelf toe, dat is genoeg. Laatst vroeg iemand of ik niet weer twintig wilde zijn. Dat wil ik zeker niet. Ik ben eindelijk zo ver dat ik mezelf heb gevonden en blij ben met die vondst. Die zoektocht was mooi en confronterend, ik wil die niet nog eens overdoen.

Laat het jong zijn maar bij de jongeren, bij mijn kinderen. Ik kijk graag toe. Straks in het ziekenhuis komen weer de herinneringen van de keren dat ik er eerder lag. Ik ben blij dat ik er nu maar twee dagen ben en zonder littekens weer naar huis toe mag.