26. jun, 2020

Wandelen

Alleen lopen zonder zorg en verantwoording voor iets of iemand, was iets dat ik verlangde. Over de hei of door de stad, gewoon alleen lopen.

In de vroege winter van 2003 zwoegde ik door de sneeuw naar het ziekenhuis. Mijn dochter van nog geen twee zittend in de wandelwagen wees al het moois aan wat ze onderweg tegenkwam en verzon er een eigen verhaal bij dat ze me vrolijk vertelde. Mijn zoon van amper een halfjaar lag huilend achter haar. Met zijn gezichtje rood aangelopen, schreeuwde hij door haar gebabbel heen. Het zweet stond op mijn rug van het duwen van de wagen door de sneeuw.

Geen mens die me aansprak, geen vriendelijk gezicht. Het Gooi heeft mooie lanen en prachtige huizen, maar niet erg gevuld met hartelijke mensen. In het ziekenhuis prop ik de lange wagen in de lift. Mijn dochter loopt al aan mijn hand. Zodra ze de kans schoon ziet, vraagt ze of ze uit de wagen mag en zelf mag lopen. Aangekomen in de wachtkamer, trek ik alle jasjes, mutsjes en sjaaltjes uit en til snel mijn kleine jongen tegen me aan. Hij is meteen stil en snikt een tijdje na.

Ik heb hem de eerste weken alleen maar gedragen in een doek tegen mij aan. Tot hij te zwaar voor me werd. Hij huilde als hij niet bij me was. Intens verdrietig en in paniek graaide hij om zich heen als ik hem even liet liggen. Ik kon niet tegen zijn huilen, het leek alsof hij bang was. Hij was dag en nacht bij me. De dokter gaf aan dat hij inderdaad reflux had. Dit wist ik al. Ik had geen naam nodig. Hij kon niet liggen, dat deed hem zeer, hoe hoog ik zijn matras ook legde bij zijn hoofd. Rechtop liggend tegen mij aan, zo kon hij slapen.

Dat ik, doordat ik zittend de nacht doorbracht, moeilijk sliep, had ik er voor over. De stilte die het huis vulde als hij geen pijn had en niet bang was, was intens. Die jaren was ik alleen met ze thuis in een vreemde stad zonder bekenden in de buurt. Er even op uit gaan, was niet leuk. Ik gunde het mijn dochter en mezelf, maar hem gunde ik rust in zijn lijfje. Ik was intens blij toen hij kon zitten. Zijn maagzuur bleef uit zijn slokdarm en hij kon om zich heen kijken. Met mamma tegenover hem, voelde hij zich veilig en zijn lachjes braken door. Mijn dochter kon rennen en dansen naast de wagen en ik werd iets rustiger van binnen.

Het wandelen was niet langer iets om tegenop te zien. Nog steeds voelde ik de verantwoording drukken. De angst dat hij toch weer zou gaan huilen of dat zij ineens achter een vlinder de weg op zou rennen, bleef. Daarom geniet ik nu zo van mijn wandelingen alleen met de honden. Geen zorgen, alleen maar rust tussen de bomen en mij.