8. jul, 2020

Glimlach

Voor ze ging zitten, keek ze me aan. Ik had net eem hap slagroom genomen, dus verheerlijkt glimlachte ik haar toe. Blijkbaar vond ze daar een bevestiging in en zei dat het zo tochtte op haar plekje. Een klein beetje verwart, knikte ik maar wat en genoot verder van mijn koffie.

Even later vroeg de serveerster of mevrouw naar een kleiner tafeltje wilde verhuizen, zodat drie nieuwe gasten aan haar grote tafel konden zitten. Alweer verwarde de mevrouw mij door tegen mijn vriendelijke lach te zeggen dat ze het belachelijk vond dat zij moest verplaatsen en ze was het niet van plan.

Meer dan verbaast, keek ik haar aan en zei haar vriendelijk dat het toch een kleine moeite was om plaats te maken, zodat iedereen even iets kon drinken. Haar ogen werden groter en ik zag dat zij er nog steeds anders over dacht. Ik vulde aan dat het op het andere plekje niet zou tochten. Met een afkeurende blik liep ze naar het andere tafeltje.

Blijkbaar had ze verwacht dat ik haar bij zou vallen, maar ik was oprecht verbaasd dat ze niet van plan was om te helpen. Weer iets later zag ik haar lachen met wat kleine kindjes om haar heen. Ik glimlachte.