19. jul, 2020

Aan de rand van haar bed

Ze vroeg zich af of hij nog kwam. Ze draaide zich om en legde haar hand op zijn lege plek.

In de ochtend vetrok ze vroeg naar haar werk. Hij was niet thuisgekomen. Zij had hem niet gebeld. Ze trok de deur van het kantoor open en groette haar collega's hartelijk. Ze reageerden niet op haar.

Toen ze thuiskwam, was er niemand. Ze keek op de klok, de dag was nog lang niet voorbij. Ze deed wat ze hoorde te doen en lag een paar uur later weer in bed. De plek naast haar schrijnend leeg.

Hij bracht haar bloemen. Hij keek naar haar en sprak met haar. Haar ogen bleven leeg. Iedere avond pakte hij haar hand. Hij bleef lang. Daarna sprak hij met de verpleegster en stelde altijd dezelfde vraag, of ze geknipperd had met haar ogen? Zij antwoordde al jaren nee.