23. jul, 2020

Mijn vader

Ik heb een vreemde relatie met mijn vader. De eerste zes jaar was hij in mijn leven, daarna een jaar of zes af en toe en toen een jaar of zes helemaal niet.

Voor mij betekende een vader heel veel, bescherming, geborgenheid, stoeien, mij belangrijk en geliefd voelen. Daarna voelde ik mij in de steek gelaten, onbelangrijk, verdwaald. Ik zocht een vader, ik wilde een vader, ik kreeg verdriet.

Toen ik achtien werd, kwam hij weer in beeld. Hij bleef tot mijn 30ste aanwezig in mijn leven. Een echte vader-dochter-band kwam er niet meer. Ik wilde nog steeds een vader en hunkerde naar de band, maar die bestond niet meer. Hoe blij ik ook was, hij was nu een man in mijn leven geworden. Een bange, onzekere man, een man die in niets meer leek op de bonk veiligheid die ik als vader had. Ik zag zijn gevecht, ik had medelijden met hem. Een man die niet alleen kon zijn. Een man die zijn kinderen verliet, omdat dat makkelijker was.

Twee dierbare foto's heb ik nog. Hij is en blijft mijn vader. Hij leeft nog en ondanks de toenaderingspogingen van mijn zus en mij kiest hij niet voor ons. We zijn gewend om zonder hem te leven. Ergens doet het pijn, maar een band heeft tijd en liefde nodig en zeker ook de kracht om bij iemand te willen blijven. Die kracht en wil heeft hij niet, al weet ik zeker dat hij van me houdt.