9. aug, 2020

Tekst

Een hand, ze wilde enkel een hand. Ze wilde eigenlijk helemaal niets, maar het leven gaf haar te veel. Ze voelde zich onbemand in haar hele bestaan, ze wilde enkel een hand.

Samen lopen door te veel ruis, een kneepje, de siddering van thuis. In haarzelf zocht ze niet meer, als een hol vat, greep ze de hand vast.

Ze wist zich zeker en vastgehouden, daarvoor liep ze hand in hand. Ze dronk uit de levensbeker met haar voeten in het zand. Ze trok zich terug in een onbekend bestaan. Nog steeds op een vlucht naar het ergens gaan.