14. aug, 2020

Helemaal ik dat mag ik niet

Mezelf openstellen doe ik makkelijk en zonder weerstand. Maar ik ben er achtergekomen dat er een heel ander gebied is in mij, dat zich graag schuilhoudt. Steeds vaker hoor en voel ik vaag gepruttel en geduw alsof er nog ergens een deur is die ik dichthoud.

Levensgroot is het daar ineens. Ik lees een verhaal of luister naar muziek. Het borrelt en nu weet ik dat ik daar ook ben. Daar waar ik voorheen nog niet bestond, schreeuwt het in me dat ik er ben.

In veel opzichten ben ik mezelf en laat ik mij ongeneerd zien. Maar dat stukje wat onherbergzaam lijkt voor mij, zo onbekend en toch zo aanwezig, laat steeds vaker van zich horen. Het achterste van mijn tong.

Omdat ik nog geen lef heb om helemaal te laten zien wie ik ben en wat ik voel, krijgt het deel dat goedgekeurd is alle lof en aandacht. Steeds vaker voelt dat incompleet. Schaamte en angst houden tegen waar ik naar een geheel verlang. Dat alles buiten mij toch nog zo'n vat op mij heeft, maakt het een moedeloos gevecht.

Ik predik vaak dat er niets buiten mij is, buiten jezelf. Mijn gedachten houden mij klein. Ik weet het allemaal wel, maar dat ik delen van mezelf blijf afkeuren en negeren, maakt dat ik nog altijd niet ben. Misschien in een later en kom ik er stap voor stap zoals ik dat altijd doe, maar het lijkt een doodlopend pad. Ik voel de schaduwen, ik hoor ze, maar ik versper ze het daglicht. Ik kan mezelf niet zien.