16. aug, 2020

Friends on my terms

Ik hoor het vaak om me heen en dan gaat er altijd een gemengd gevoel door me heen: ik wil dat ook en gelukkig heb ik dat niet.

De drang om vrienden te hebben, kreeg ik toen ik begreep dat veel vrienden een goede status gaf. Ik had altijd wel vrienden om me heen, maar voor mijn gevoel waren dat altijd mensen waar ik mee optrok op een bepaalde plaats en tijd. Ik had geen behoefte om te bellen, maar voelde me wel vaak eenzaam. In contact met vrienden, was gezellig, maar ook vermoeiend. Mijn sociale vaardigheden werden continu onder vuur genomen, zonder dat vrienden dit wisten. Ik deed continu mijn best.

Een vriendschap eindigde qua intensiteit vaak na de afgeronde periode. Een opleiding was klaar, de sport beoefende ik niet meer etc. Internet was er niet, ik belde niet graag, dus als iemand wilde schrijven, dan hield de vriendschap stand. Ik hield van schrijven, ik heb heel wat brieven gestuurd en ontvangen. Afspreken deed ik sporadisch. De afstand die moest worden afgelegd, de reis die ik dan alleen moest maken met openbaar vervoer en later met de auto, was te veel. Ik wist niet wat er onderweg ging gebeuren, hoe de afspraak zou verlopen, wanneer ik weer naar huis kon gaan en hoe de terugreis zou gaan, veel te veel onzekerheden en prikkels, dat ging ik niet doen.

Hoe ouder ik werd, hoe meer ik zekerder werd van een goede afloop en de gang van zaken. Ik durfde meer en ik kon er ook meer van genieten, al bleef het vermoeiend. Als ik om me heen zag hoe vrienden afspraken, dingen deden en dit langzaam tot gezinnen uitbreidde en hele gezinnen samen in elkaar opgingen, voelde ik me buitengesloten. Tegelijkertijd was er de opluchting dat ik geen verplichtingen had, vrienden niets van mij verwachtten en ik toch met hen kon communiceren als ik daar behoefte aan had.

Dus steeds als ik lees, hoor of zie hoe mensen met vrienden tot in kleine uurtjes gezellig praten, samen dagjes weggaan of andere intensieve sociale activiteiten met elkaar ondernemen, steekt het een klein beetje. Ik wilde dat ik het had en kon. Ik vind het fijn in mijn kleine kring, ik vind het fijn dat die mensen mij kennen en niet van mij verlangen wat ik niet kan geven.

Dat ik me daardoor altijd een beetje anders voel en buitengesloten, zal blijven. Wat iemand ook tegen me zegt. Het aliengevoel dat ik van kleins af aan al voel, heeft me te lang vergezeld. Anders zijn en anders denken, is absoluut niet erg, maar dat stemmetje laat me altijd weten, dat ik anders ben.