23. aug, 2020

Laat je gedachten spelen in de zon

Ze liep alleen, maar zij wist het niet. Ze was druk in gesprek in zichzelf. Ze was niet hier. Er ontging haar echter niet veel, waardoor ze zich altijd minder voelde dan de ander. Ze hoorde gefluister, maar wist niet dat ze zichzelf de woorden influisterde. Ze zag minachting, maar wist niet dat ze haar eigen gevoel projecteerde. En zo leefde ze jarenlang. Steeds meer gevangen in haar eigen verhalen, steeds meer in gesprek met nog meer stemmen. Ze wist zich ondertussen wel alleen.

Alles wat ze leerde, bracht haar nog meer vragen. Ze voelde zich soms één met alles om haar heen, maar vaker leefde ze in haar hoofd. Gedachten en angst waren heel lang alles waar ze op vertrouwde. Ze kende dat. Al wist ze ergens dat dit niet was wat leven was. Die wetenschap bracht heel langzaam licht in een hoekje van haar hoofd. Dat licht zorgde dat ze bij haar gevoel kon komen. Gevoel dat anders was dan angst.

Ze liep nog steeds, maar ze was zich bewust van haar gedachten en haar angst. Ze zag ze naast elkaar staan, klein en angstig. Ze pakte hen bij de hand en leidde hen naar het licht. Het hoekje waarin het licht zich had genesteld, was uitgegroeid tot een groot, zonnig veld met weidebloemen, oneindig leek het licht en de warmte. Daar liet ze haar gedachten en angst zachtjes wennen aan het licht. Ze liet hen ontspannen en spelen tot ze heel klein waren geworden en aan de rand van de wei een plekje vonden om te liggen in de zon.