28. aug, 2020

Tekst

In de buitenlucht
zoekt zij meer dan
alleen de frisse lucht.
Haar armen zwaaien wat
langs haar lichaam
als ze merkt
dat ze ademt zonder lucht.
Ze kijkt wat verwildert
en neemt vlug
nog een teug lucht
en loopt dan
met gebogen schouders terug.
Ze trilt van binnen als ze zucht.
Ze weet dat ze nergens anders
dan daar buiten
de weg kan vinden weer terug.
Terug bij haar eigen vleugels,
haar ziel en geluk.
Ze vlucht
dat weet ze zelf ook,
maar hoe anders komt ze weg
bij wat ze voelt dan alsmaar
onderweg weg
zijn,
daar waar het leven lijkt op een klucht.