4. sep, 2020

Regels

Hij drentelde achter me en babbelde in zijn eigen taal iets tegen me. Ik moest me omdraaien om te zien wat hij precies zei. Hij herhaalde het opnieuw. Ik achterhaalde dat hij het over dingen op straat had wat in de prullenbak hoort. Ik legde hem uit dat mensen soms dingen op straat gooien in plaats van de prullenbak en dat dit niet zo netjes was. Hij vond het vreemd dat mensen dat deden.

We wandelden verder en even later babbelde hij weer iets. Toen ik omkeek, zag ik hem staan met vieze, lege dingen in zijn handjes, waar de prullenbak was? Ik keek hem vertedert aan en liep met hem naar de vuilnisbak. Ik was trots, maar stiekem hoopte ook dat hij hier geen gewoonte van ging maken.

Van de week kwam hij thuis en ik hoorde hem zeggen dat het toch raar is om een gedragen mondkapje op de straat te gooien. Hij liep langs me naar de prullenbak om een stuk of zes vieze mondkapjes weg te gooien en waste daarna grondig zijn handen. Ik keek hem waarderend aan. Klopt zoon, mensen zouden de vuilnisbak eens vaker moeten gebruiken.