11. okt, 2020

Wina

Ik zat op het bed. Ik keek naar het raam en als ik daar uit keek, keek ik uit op het huis van toen. Ik huilde niet meer. Ik was alleen. Ik tolde rond in een ander verhaal. Blij dat de jaren die achter me lagen, afgesloten waren, maar bang in dit eenzaam bestaan.

Zij was er die me binnen haalde. Ze opende haar armen en gaf me geborgenheid, veiligheid, warmte en vooral een leven zonder angst. Ze leerde me opnieuw naar het leven kijken. Ze leerde me te vertrouwen op mezelf. Ze was er altijd.

Het was een heel ander leven dat ik daar begon. Ik voelde me ontworteld en vrij, verlaten en opgenomen. Het was veel voor een meisje van net achttien. Maar ik stortte mij op mijn studie. Ik ontmoette mijn vriendinnen en ik leefde dapper door, zonder degenen die voor die tijd altijd bij me waren. Het was een verwarrende tijd.

Ik heb nog steeds contact met haar, de vrouw die mij aan het leven voorstelde. Ze is op de achtergrond altijd aanwezig. Ze vertelde me trots te zijn op mij. Dat doet mij veel. Als geen ouder dat meer kan en wil zeggen, geeft zij wederom aan mij wat ik zo nodig heb.