14. okt, 2020

Bubbel versus machine

Voor ik ontdekte dat er goed en fout bestond, leefde ik in een bubbel. Ik kan me er weinig van herinneren, alleen dat het er stil en vredig was. Ik vond het er fijn, alleen wist ik niet dat ik dat vond, ik was gewoon.

De eerste schok kwam, toen ik een jaar of vijf was. Ineens kreeg ik een naar gevoel in mijn buik en ik raakte in de war. Waar ik voorheen nooit hoefde na te denken over wat ik zei of deed, deed ik dat ineens wel.

Ik zag en probeerde te doen wat moest of goed was. Ik had geen idee wat goed was, waar ik vandaan kwam, bestond dat woord niet. Ik raakte verstrikt in gedachten. Beelden moest ik juist interpreteren en er juist op antwoorden of naar handelen. Ik begreep niets meer.

De ervaringen en interpretaties leverden mij een soort machine op. Alle beelden en woorden gingen daardoor heen en belandde dan in één van de uitgangen. Waar het uitkwam, gaf mij een richtlijn hoe te antwoorden of te handelen.

Dat dit niet altijd goed ging, vind ik nu logisch. Mijn interpretaties waren lang niet altijd accuraat. Dus toen ik ouder werd, kon ik mijn machine steeds een beetje bijstellen.

Dat niet alles automatisch gaat, kost tijd en energie. Ik moet mijn machine onderhouden en ik trap het zelf aan. Hoe meer ik mensen en situaties om mij heen heb waar ik me op mijn gemak bij voel, hoe meer vrije tijd mijn machine krijgt.

En nu ik op een leeftijd ben dat het leven rustig kabbelt en weinig grote verrassingen geeft, komt mijn bubbel van toen weer in zicht. Ik voel bijna weer de stilte en het vredige gevoel.

Zonder machine kon ik niet leven zoals ik heb gedaan. Ik ben het dankbaar en ik veracht het. Mijn leven in mijn bubbel is mij afgepakt en het heeft me mijn leven gegeven. Nu het weer in zicht is, voelt mijn buik zich rustig worden. Iets wat de machine mij nooit kon geven, maar ik begrijp het.