21. okt, 2020

Rode stip

Altijd als iemand vroeg wat mijn grootste wens was, dacht ik niet aan gezondheid, geluk en geld.  Ik dacht aan mijn rode stip en mijn vlieg en later ook aan het plekje in iemands hoofd.

Mijn rode stip ontstond, toen ik voor het eerst verliefd werd. Ik had ontdekt wat er met mij aan de hand was. Gevoelens die ik niet kende, waar ik blij en onzeker van werd, bleken bij verliefd-zijn te horen.

Dagenlang mijmerde ik over het moment dat hij zou zeggen ook verliefd op mij te zijn. Onzeker als ik was, bedacht ik manieren om te ontdekken hoe ik erachter kwam of iemand hetzelfde voelde voor mij. Hier ontstond mijn rode stip.

Als er een rode stip op zijn voorhoofd zou staan, dan was hij ook op mij. Ik werd al helemaal blij als ik dacht aan zijn voorhoofd met rode stip.

Later in mijn leven bedacht ik een vlieg.
Als ik op sociaal,voor mij, moeilijke momenten, niet wist wat ik moest doen, dan zou er een vlieg op  iemands schouder gaan zitten die dan bekeek hoe anderen het deden.

De vlieg legde mij dan uit wat er van mij verwacht werd. Maar ik had geen vlieg en moest eindeloos zelf uitvogelen, ervaren en leren hoe ik me sociaal moest redden. En nog steeds wens ik op sommige momenten een vlieg.

Het zitten op een plekje in iemands hoofd, kwam toen ik maar niet begreep hoe iemand toch zo anders kon redeneren en reageren als ik op emotionele situaties. Ik kon echt verdrinken in verdriet, angst of woede. Andere mensen leken die emoties helemaal niet te hebben.  Hoe gaat het dan bij iemand anders in zijn hoofd? Vroeg ik mij dikwijls af.

Nu wens ik niet zo vaak meer om een rode stip, vlieg of om in iemands hoofd te zitten. Ik kan en durf te vragen hoe iets moet of hoe iets bedoeld wordt. Ik kan het onder woorden brengen. Maar ik heb wat gefantaseerd over mijn rode stip, vlieg en het zitten in iemands hoofd.