9. nov, 2020

Ik eb soms weg

Ik eb weg, net als het water dat het strand verlaat.

Ik golf naar plekken die niet meer bestaan. Ik creëer ze. Ik wil dat ze er niet zijn, maar ik bouw verder aan hun bestaan. Op die plek zijn er monsters die het daglicht niet kennen.

Flarden van toen vind ik op zo'n plek. Mijn monster duwt me terug naar toen en wakkert het sluimerend niet-meer-willen-weten aan.

De hoofdpijn en misselijkheid trekken me terug en ik tuimel weer in het heden. Ik wil me vastgrijpen om niet weer weggetrokken te worden, maar ik merk dat dit niet hoeft.

Ik ben weer in het nu, met twee benen stevig op de grond. Het monster lijkt ver weg, voor nu.