14. nov, 2020

De liefde voor mezelf

Op het moment vloog ik weg, ver weg. Keer op keer, vloog ik weg. Ik was er niet, niet hier.

Toen zij jaren later vroeg erover te praten, was ik niet meer alleen. We spraken met haar en we verstopten ons in onderaardse gangen, die we lang geleden groeven. We verstopten ons en bleven daar als haar vragen te dichtbij kwamen, als momenten ons terug brachten, als de angst en de verkilling te groot werd.

Ze waren een tijd bij me, toen ze uiteindelijk vervaagden. Ik had hen niet meer nodig. Verleden vervaagde en ik kreeg herinneringen die mooier waren, veel mooier en ik liet hen door andere vervangen. Ik dekte hen toe en verstikte ze. Lange tijd dacht ik dat ze waren uitgewist. Zo stil werd het in mijn hoofd en lichaam.

Alleen als ik geraakt word door iets dat me er aan herinnert, slinger ik even terug. Maar dat duurt nooit lang. Mijn buik verkrampt, er rolt een eenzame traan en dan vervaagt het weer. Het leven geeft wat je aan kan, hoor ik weleens zeggen, dan voel ik me sterk. Dan kijk ik hoe ik in het leven sta en hoe liefdevol ik omringd ben door mijn mensen.

Liefde voor mezelf heeft me dat gegeven. Geen enkele herinnering is zo krachtig dat het tussen mij en het leven staat, tussen mij en de liefde voor mijzelf.