3. dec, 2020

Tekst

Er werd geklopt, de man opende de deur en vroeg wie er klopte. Voor hem was het leeg en de stilte zweeg.

Geërgerd sloot hij de deur en bedacht dat er iets niet klopte.
Weer hoorde hij geklop en met een snelle beweging rukte hij de deur open. Maar hij zag niemand en de stilte hield haar mond gesloten.

Boos sloeg hij de deur weer dicht. Hij zal de pestkop krijgen, die lummel zonder gezicht.
De stilte hing om hem heen, vroeg zijn aandacht, maar de man keek er dwars doorheen. De stilte zweeg en wachtte af tot hij haar zou verstaan.

Het leven gaf hem ruimte en bood hem de stilte nog eens aan. Ouder en wijzer geworden, maakte hij kennis met haar. Ze zitten nu vaak samen, waar zij hem met liefde vervult.