12. dec, 2020

Tekst

In de frisse wind op het warme strand,
zij was
waar haar lief haar bracht. Teder hand in hand en altijd lachte zij zacht.
Haar ogen zagen dingen die geen mens kon zien, hij bleef haar zoet beminnen en er was geen misschien.
De dagen werden weken, maanden en jaren,
ze bleef altijd om hem heen,
hij kon het niet verklaren, maar hij voelde zich nooit alleen.
De man die daar stond in de frisse wind aan het strand,
Zijn lege hand voelde die van haar.
zij voelden niet
dat zij niet meer naast hem stond.