22. dec, 2020

En ik zweeg

Ze leerde haar mond te houden, te bevriezen en door te leven alsof er niets aan de hand was. Ze leerde haar hart dood te zwijgen, ze leerde dat wat zij voelde niet telde, niet echt was, niet mocht bestaan.

Een lange weg van haar zelf vandaan begon. Wat in haar speelde, begroef ze. Ze onderging vijf jaar lang. Toen ze de moed kreeg haar moeder te vertellen van wat er gaande was, werd zij niet geloofd. Hoe durfde ze het leven van haar moeder in de war te schoppen. Ze verstarde. Ze leefde met een schaamte en een stilte die haar van binnenuit verteerde. Zij was niet belangrijk genoeg. Maar het stopte wel. Toen hij terugkwam van een verre reis, sprak ze met hem. Ik moest bewijzen dat wat ik zei waar was. Ik moest beslissen of hij weg moest gaan, ik een meisje van 14 jaar.

Ik kon dat mijn half broertje niet aan doen. Ik groeide zelf op zonder vader. Ik kon hem niet een vader ontnemen. Hij bleef.

Jaren geleden toen ik mijn vader niet meer zag, kwam hij in ons leven. Ik vertrouwde hem, ik noemde hem pap. Als mijn moeder te keer ging, als mijn moeder sloeg, als mijn moeder op mijn wankele zelfvertrouwen in beukte, was hij er. Ik kon met hem praten, hij begreep mijn vertwijfeling, gemis, angst en verdriet. Hij was mijn vader en moeder tegelijkertijd. Totdat de nachten bevroren.

Ik verstarde en durfde niets te doen. Mijn houvast, mijn rots, mijn thuis brokkelde af. Ik lag stil en mijn geest verkende andere gebieden. De schemer voorbij, de duisternis achterlatend, vloog ik mijn eigen hemel in. Daar was het vredig en veilig.

Een meisje met een geheim zo groot, zo alleen. Ze werd een vrouw en leerde haar demonen onder ogen te zien. Ze had het toegelaten en begreep dat ze niets anders kon.

Het heeft me jaren gekost om dit stukje te schrijven. Ik schaamde me diep en ik mocht dit niet aan de wereld laten zien. Vanmorgen kreeg ik de kracht en de behoefte ook dit stukje van mezelf te laten zien en het er te laten zijn. Er zijn zo veel kinderen die alleen jaren lang worstelen met wat hen in hun onschuld is aangedaan.

Niemand die hen helpt, niemand die het weet en niemand die het ziet. Ze zijn alleen en moeten zonder hulp volwassen worden in een schaamte die hen vasthoudt en leidt.