23. feb, 2021

Tekst

Een lichte hoofdpijn maakte dat ze duf bleef zitten op de bank.
De warmte van de dag was vervlogen,
de kat had al een tijd niet bewogen.
Ze zat met een deken om haar heen in de stank.
De hond liet ze één voor één liggend naast haar.
Ze gaf hem een vlugge aai.
Vogels maakten een hoop lawaai.
Ze hoorde stemmen boven, zij zat beneden.
Haar hele lijf was moe,
ze voelde zich innig tevreden.
Hier in haar woonkamer op de bank naast het raam,
hier was ze thuis.