https://Mijnmaniervandoen.auteursblog.nl

28. jun, 2020

Gelopen door angst
en verdwaald in verdriet,
arriveer ik bij misleiding
en ik weet het niet.

Gevallen voor de pracht en praal
van de honingzoete leugen,
zweef ik verdwaasd door de mist
die daarbij hoort.

Als de zon weer gaat schijnen
op pril geluk van het deugen
dat ik tegenkom,
blijven de stralen ongestoord.

 

26. jun, 2020

Alleen lopen zonder zorg en verantwoording voor iets of iemand, was iets dat ik verlangde. Over de hei of door de stad, gewoon alleen lopen.

In de vroege winter van 2003 zwoegde ik door de sneeuw naar het ziekenhuis. Mijn dochter van nog geen twee zittend in de wandelwagen wees al het moois aan wat ze onderweg tegenkwam en verzon er een eigen verhaal bij dat ze me vrolijk vertelde. Mijn zoon van amper een halfjaar lag huilend achter haar. Met zijn gezichtje rood aangelopen, schreeuwde hij door haar gebabbel heen. Het zweet stond op mijn rug van het duwen van de wagen door de sneeuw.

Geen mens die me aansprak, geen vriendelijk gezicht. Het Gooi heeft mooie lanen en prachtige huizen, maar niet erg gevuld met hartelijke mensen. In het ziekenhuis prop ik de lange wagen in de lift. Mijn dochter loopt al aan mijn hand. Zodra ze de kans schoon ziet, vraagt ze of ze uit de wagen mag en zelf mag lopen. Aangekomen in de wachtkamer, trek ik alle jasjes, mutsjes en sjaaltjes uit en til snel mijn kleine jongen tegen me aan. Hij is meteen stil en snikt een tijdje na.

Ik heb hem de eerste weken alleen maar gedragen in een doek tegen mij aan. Tot hij te zwaar voor me werd. Hij huilde als hij niet bij me was. Intens verdrietig en in paniek graaide hij om zich heen als ik hem even liet liggen. Ik kon niet tegen zijn huilen, het leek alsof hij bang was. Hij was dag en nacht bij me. De dokter gaf aan dat hij inderdaad reflux had. Dit wist ik al. Ik had geen naam nodig. Hij kon niet liggen, dat deed hem zeer, hoe hoog ik zijn matras ook legde bij zijn hoofd. Rechtop liggend tegen mij aan, zo kon hij slapen.

Dat ik, doordat ik zittend de nacht doorbracht, moeilijk sliep, had ik er voor over. De stilte die het huis vulde als hij geen pijn had en niet bang was, was intens. Die jaren was ik alleen met ze thuis in een vreemde stad zonder bekenden in de buurt. Er even op uit gaan, was niet leuk. Ik gunde het mijn dochter en mezelf, maar hem gunde ik rust in zijn lijfje. Ik was intens blij toen hij kon zitten. Zijn maagzuur bleef uit zijn slokdarm en hij kon om zich heen kijken. Met mamma tegenover hem, voelde hij zich veilig en zijn lachjes braken door. Mijn dochter kon rennen en dansen naast de wagen en ik werd iets rustiger van binnen.

Het wandelen was niet langer iets om tegenop te zien. Nog steeds voelde ik de verantwoording drukken. De angst dat hij toch weer zou gaan huilen of dat zij ineens achter een vlinder de weg op zou rennen, bleef. Daarom geniet ik nu zo van mijn wandelingen alleen met de honden. Geen zorgen, alleen maar rust tussen de bomen en mij.

23. jun, 2020

Mijn kamergenoot is een dame van in de tachtig. Zij is nog geheel zelfstandig en staat vrolijk in het leven. Ze heeft vriendinnen, familie en nichtjes. Geen kinderen en haar man is een tijd geleden overleden. We kletsen af en toe wat.

Ik kende haar niet, na morgen zal ik haar nooit meer zien. Gek, je deelt de wc samen, slaapt in je hempje naast elkaar, ze weet mijn gewicht en bloeddruk en ik die van haar. Ze houdt van zoetigheid op haar beschuit en leest een dik boek. Ze heeft een aandoening aan haar voeten waardoor de zenuwen langzaam afsterven, daarom heeft ze even geleden haar auto omgeruild voor een automaat.

De hele afdeling ligt vol met oudere mensen. Ik moest voor beweging in mijn darmen wandelen over de gang met mijn apparaat met slangen eraan, daarom weet ik dat. Oude mensen met buideltjes uit hun buik stekend, oude mensen die lamlendig de hele middag in een stoel bij het raam hangen, oude mensen die stil in bed liggen. De gang is kort, dus ik wandel maar wat heen en weer.

De mevrouw naast me mag straks naar huis. Ze moet over een tijdje weer terugkomen, hardnekkige poliepen. Ze haalt haar schouders op. Het was fijn geweest dat als ik thuiskwam, mijn man er zou zijn geweest, maar ja, hij is er al lang niet meer. Ze leest weer verder in haar dikke boek.

Morgen ben ik haar weer vergeten, want morgen leef ik mijn leven weer. Het ziekhuis brengt je even bij elkaar. Ik hoop dat ze nog lang geniet van haar vriendinnen en haar nichtjes. Ik ga maar weer even naar de wc.

 

22. jun, 2020

Het vervelende van een ziekenhuisopname, vind ik het missen van de frisse lucht. Al het andere hoort er even bij en dat kan ik over me heen laten komen. Sinds ik ben opgestaan, ben ik buiten en adem ik alleen maar diep de frisse lucht in.

De vroege ochtend in de tuin vind ik het fijnste moment van de dag. Het is er stil op het fluiten van de vogels na. Langzaam wordt de wereld wakker en breken huiselijke geluiden de stilte. Ik hoor bij die wereld, maar ben toch gescheiden. Zo voelt het leven voor mij. Ik hoor er niet helemaal bij.

Vroeger vond ik dat erg, nu niet meer. Ik ben mijn eigen gedachten over mezelf en hoe ik leef, gaan waarderen. Ik hoor mezelf toe, dat is genoeg. Laatst vroeg iemand of ik niet weer twintig wilde zijn. Dat wil ik zeker niet. Ik ben eindelijk zo ver dat ik mezelf heb gevonden en blij ben met die vondst. Die zoektocht was mooi en confronterend, ik wil die niet nog eens overdoen.

Laat het jong zijn maar bij de jongeren, bij mijn kinderen. Ik kijk graag toe. Straks in het ziekenhuis komen weer de herinneringen van de keren dat ik er eerder lag. Ik ben blij dat ik er nu maar twee dagen ben en zonder littekens weer naar huis toe mag.